vrijdag, juli 29, 2005

Gevangen in nostalgie



Vorige week naar het Spoorwegmuseum geweest. Dat is helemaal vernieuwd en men heeft daarbij -en dat is opvallend in deze tijd- niet op een losse euro gekeken. De ontvangsthal is prachtig gerestaureerd (al bladdert het eerste stucwerk al weer), het buitenterrein is geheel overkapt en de presentatie van alle materieel is in de zogenaamde Werelden veel dynamischer geworden, zonder te vervallen in een Efteling of SixFlags achtige attractie. Kortom: de renovatie van het Spoorwegmuseum in ruim een jaar tijd is een knappe prestatie.

En toch ben ik maar matig enthousiast. Het licht kneuterige dat het museum had is er van af en is op de toegangsprijs gestort. Erger is dat het museum behoorlijk pretentieus is geworden en zich verliest in een nogal eenzijdige presentatie. Alsof het spoor na de stoomtrein is opgehouden zich te ontwikkelen. Prachtig hoor dat koper, staal en historisch verantwoorde spul, maar er is daarna een hoop gebeurd. Er is geen aandacht voor de rol van het spoor in het huidige tijdsgewricht en dat was er voorheen wel zij het met een ‘over the top’ Holland Railshow en een wat sneue modellenshouw van de TGV en ICE. Wat een mogelijkheden hebben ze hier laten liggen om te laten zien wat het spoor in de komende 50 jaar kan betekenen. Zowel op de langere afstand, als in het stadvervoer. Succesverhalen als de Duitse S-Bahn, Parijse RER en Spaanse Cercanías komen niet aan bod. Er hadden interactieve simulaties kunnen worden bedacht, dilemma’s rond tracéplanningen en inpassing in huidige infrastructuur uitgewerkt. Dit had het deel van het museum kunnen zijn waar het echt interactief voor kinderen had kunnen zijn, leuk voor scholen bijvoorbeeld. Nu heb je het na één bezoek wel gezien, is de geschiedenis wel bekend en ga je niet snel nog een keer de forse entree betalen voor en kleiner rondje in de verkorte Jumboexpress.

Het gebouwtje van de Holland Railshow staat nog leeg. Wie weet volgt men binnenkort alsnog Sjaaks adviezen op.

dinsdag, juli 26, 2005

Nog even over de Tour


Boxmeer is al weer gereden en de speculaties over wie de editie van 2006 gaat winnen vliegen je om de oren. Toch wil Sjaak nog wel een zegje over de Tour van dit jaar doen.
In maart was al duidelijk dat Lance voor nummer 7 zou gaan en ook binnen zou halen. Een uitzonderlijke prestatie, zonder meer, en ik vraag me af wie in de toekomst net zoals Lance talent, toewijding, training, perfectionisme, egoïsme en een blinde overwinnigsdrang met elkaar weet te verbinden. Verder was het net zo saai als onder Induraín, zij het dat de tegenstand (Jan, Basso, de andere Amerikanen, in het begin Pantani) nu van hoger niveau is dan onze Miguel destijds tegenkwam (Zülle, Rominger, Jaskula). Lance is natuurlijk een grote klootzak, met een groot Ego, maar daadoor ook wel weer interessant. Jammer dat Valverde uitviel, die had ik wel in de Pyreneeën willen zien en had mij de overwinning in de Tourtoto moeten brengen. Hij is naar mijn mening samen met Basso de man van de toekomst. Hincapie moet eindelijk maar Parijs - Roubaix gaan winnen, die Kei staat hem beter dan het geel en dan moet diedaarvoor maar in het wiel van Boonen blijven volgend jaar.

Dat een nieuwe jonge Nederlandse lichting eraan kwam, zoals Sjaak in maart voorspelde, werd bevestigd door Pieter Weening en ook wel door Joost Posthuma. Toch had ik ik deze jongens graag voor de bus zien binnenkomen en ze hadden zich nog meer kunnen laten gelden. Posthuma had de tijdrit van zaterdag niet verkend en werd 29e. Als hij deze serieus had genomen had hij bij de beste 15 kunnen komen. Nu mist hij de ervaring om heel diep te zijn gegaan. Weening imponeerde in Gerardmér, en vooral op weg daarheen op de Col de la Schlucht, maar rijdt naar mijn zin iets te groot bergop, waardoor hij in het hooggebergte minder uit de voeten zal kunnen. Hij had ook voor de witte trui kunnen gaan dit jaar, al geeft dat geen garantie voor een Tourwinst (Bouwmans, vd Velde, Winnen en Lubberding waren de laatste Nederlandse winnaars en de 3e plaatsen van Winnen in 1983 en vd Velde in 1982 zijn de hoogste Tourklasseringen die ze hebben gehaald). Hopelijk verworden ze niet tot de nieuwe Karsten Kronen en Addy Engelsen, aardige jongens, maar geen klasbakken. Volgend jaar moet het dan echt gebeuren, en wie weet is er in naseizoen nog wat te halen voor de jongens. Al moet Boogerdje nog wel de wereldtitel in Madrid pakken, in de regenboogtrui Lombardije en Luik winnen en dan stoppen.

Gezeik langs de Autoroute


Soms zijn er van die momenten dat je als man volstrekt gelukkig bent met het gegeven dat het zaad van je vader bepaalde dat je óók een man moest worden. Kent u dat: een druk tankstation langs de Autoroute met een eindeloze rij wachtende mensen voor het toilet? Tien tegen één dat die rij wachtenden vrouwen zijn. Wij mannen kunnen doorgaans gewoon doorlopen en ons plasje doen. Sommige kerels doen er wel heel lang over en daar hebben ze in Duitsland zelfs speciale pictogrammen voor gemaakt. Maar in het algemeen zijn we snel klaar en kunnen we de reis vervolgen. Arme dames. Niet alleen is de rij meestal enorm lang, de wc’s zijn eigenlijk altijd smerig en dat telt voor de gemiddelde vent minder zwaar dan voor de doorgaans hygiënischer ingestelde vrouw. De ultieme vernedering lijkt me dat je als vrouw dan maar de toevlucht moet nemen tot de mannenafdeling. Ik kan me de priemende ogen nog wel voor de geest halen toen ik vroeger mijn kinderen een schone luier gaf, waarvoor ik meestal naar de vrouwenafdeling moest. Op je gemak ben je zelden in het deel dat de andere sexe toebehoort. Maar erover zeiken zal ik niet, als de nood hoog is zijn ze allemaal welkom.

Naschrift, speciaal voor mijn trouwe doch nog wat anonieme lezer Maaike. Fijn dat bij ons op het werk de wc´s gescheiden zijn hè?

maandag, juli 25, 2005

Vakantiestress


Mijn zus wist vroeger, amper tien jaar oud op briljante doch ontnuchterende wijze de paradox van stressend onthaasten samen te vatten. Mijn vader wilde altijd een half uur voor de vertrektijd van de trein op het station zijn en dan was het vaak flink opschieten. ´Mijn vader haast zich, om zich niet te hoeven haasten´ vatte zij dit gegeven samen en daar hoeft Sjaak nu niets aan toe te voegen.

Morgen gaat Sjaak weer aan het werk. Ruim drie weken vakantie zijn voorbijgevlogen en zoals zo vaak is er een strijd tussen niet aan het werk willen en de draad ook wel weer willen oppakken. Merkwaardig fenomeen eigenlijk: vakantie. Als ik denk aan de weken voor de vakantie, dat was niet leuk meer. Op mijn werk werd ik geleefd, op school was er elke dag wel iets om aan te denken, thuis lag er van alles (was, spullen kopen voor de vakantie etc.) Er moest zo veel nog de laatste dagen, totdat het simpelweg allemaal niet meer kon en de vakantiedatum de waterscheiding werd tussen verleden en toekomst. Daarna kostte het inpakken en nadenken wat er allemaal mee moest nog de nodige energie en zweetdruppeltjes. Kortom: flink aan de slag om rustig op vakantie te kunnen. Pas onderweg naar Bretagne kwam die rust wat terug en daar kon zelfs een kapotte bobine niets aan afdoen. De vakantie was heerlijk, maar met het NSG ook wel druk en intensief. Je bent toch weer van alles aan het regelen in een vreemde omgeving en dan kampeerden we nog niet eens. Wat heet we gingen wel heel luxe en riant op vakantie dit jaar.

En nu dan weer aan de slag. Als het goed is weer uitgerust en vol goede moed, zo hoort dat. Vakantie zou dat als resultaat kunnen hebben, ik vraag me af of het zo is. Als je afhankelijk bent van vakantie om tot rust te komen is er in je dagelijkse leven iets niet goed. Het is de kunst om vooral te ontspannen naast een drukke baan en gezin. Als je alleen afstand kunt nemen door weg te gaan, geeft dat weer druk op de vakantie, want je moet ervan uitrusten. Net zoals die koordirectie docent van Doesbrand die hem ooit met gezwollen stem en gekromde tenen hem toeriep dat hij moest ONT-SPAN-NEN tijden het dirigeren.

Sjaak ziet het wel hoe het gaat de komende dagen. En als ik nog moe en niet fris ben ben zal ik tijdens een nieuwe vakantie nog maar eens over mijn eigen tekst gaan nadenken.

vrijdag, juli 01, 2005

Tijdloos


In dit tijdperk van DVD, IPod, MP3 en nog wat van die mediadragers, zou je bijna vergeten dat het belangrijkste de inhoud is. Deze week gaven wij de kinderen de DVD van de musicalversie van ´Hamelen´ kado. Ruim 1½ jaar geleden zijn we daar heen geweest en dat was een groot succes toen. Voor Sjaak was het bijzonder want al kijkende werd zijn onderbewuste aangeroepen waarin de beelden van het verleden als 6, 7-jarige waren opgeslagen. Rob de Nijs, Loeki Knol, die tekening van Hamelen waarmee de serie begon. Een liedje als ´Morpuys´ waarin de melancholie van af druipt, ontroerde toen sentimentele Sjaak enorm.
Nu herleeft die ervaring weer. De makers van de musical hebben het gedachtengoed van het duo Stokkermans/Geelen (die later ook Q&Q (even geduld bij het linkje, maar het wachten waard hoor) zouden maken) in ere gehouden, maar hebben genoeg eigen inbreng gehad. Leuke arrangementen, grapjes die onze kinderen juist nu begrijpen, en speelse verwijzingen naar bijvoorbeeld Máxima´s tranen bij haar huwelijk. Een weergaloze Wenzela steelt de show, en haar vermenigvuldigingstruc veroorzaakte weer sensatie bij Sjaak en de VdH die het destijds in Apeldoorn deed. Zelfs Sjaak´s moeder is er heen geweest en heeft genoten. Leeftijd maakt dus niet uit, iets dat goed is komt altijd aan. Om met Hamelen te spreken: Tijd vliegt maar is tegelijk tijdloos.

dinsdag, juni 28, 2005

De dynamiek van het volume



Sjaak was vandaag met Coef een dagje op stap. Veel vergaderen met een draak van een stuurgroep, bonkige opdrachtgevers, weerbarstige bestuurders en een complexe discussie over de toekomst van ons eigen bedrijfje-zonder-omzetdruk. Sjaak voelde zich beter thuis in deze abstracte materie dan Coef, die toch meer voor het resultaat gaat. Sjaak wist zelfs iets eenvoudigs als een toezegging dat er voor langere tijd voldoende geld was om een beetje leuk te kunnen blijven doorwerken te formuleren als ´onduidelijklheden omtrent de dynamiek van volume´. Daar viel het gezelschap stil van, zelfs het hoofd Beleid die toch wel het nodige beleidjargon gewend is. Een mokerslag op eigen terrein.

Enkele uren later vierden we dit bijzondere feit in het Vondelpark te Amsterdam op een terras en keuvelden we nog uren over de problemen van vandaag en de plannen voor de toekomst.

maandag, juni 27, 2005

Meet & greet Theo Boot



Bijna 17 jaar geleden ging Sjaak uit fietsen met zes anderen waaronder Doesbrand en de geestelijk -en inmiddels letterlijk- vader achter het onvolprezen weblog Hippopotame. Zij reden vele kilometers naar de Alpen en weer terug, beleefden vele avonturen, die tot op de dag van vandaag uitgesponnen en gekoesterd worden. Het fenomeen ´de Fietsgroep´was geboren. In het gezelschap bevond zich de ruwe bolster Theo Boot, die liefst op 53x13 (de ´twaalf´en de ´elf´ waren nog niet in zwang destijds) de Alpe d´Huez was opgeknald. Zijn ambitie reikte verder dan zijn atletisch vermogen. Wij reden hem er dus steevast van af en Theo kon dat moeilijk hebben. Een echte sportman dus, zij het dat hij zich tevens met wat egocentrisch gedrag nogal buiten de groep plaatste.

Gisteren ragde Sjaak over het parcours van het NK Wielrennen in Rotterdam, waar je met tijdmeting en al je jezelf even coureur mag wanen in een peloton over een afgezet parcours. Vorig jaar had hij dat ook gedaan en dat was best aardig gegaan. Drie rondjes van 13,5 km binnen de 67 minuten. Mede dankzij mijn goede benen, kon ik flink wat kopwerk doen en daardoor deed ik leuk mee in een groepje onbekenden. In de uitslag kwam ook ene Theo Boot voor. Hij werd 103e, Sjaak 108e. Sjaak had hem niet herkend, maar ´de Fietsgroep´ was het niet ontgaan. Dat jij niet sneller dan Theo Boot bent hoonde mijn Vrienden. Maar was het wel ´onze´Theo. Zijn er niet meer Theo Boten in de wereld. Was Theo naar Utrecht verhuisd. Had Theo mij misschien herkend, was bij het lezen van de uitslagen geen lampje gaan branden bij hem? Vragen waar Sjaak een jaar mee heeft kunnen leven, maar die onbewust toch bleven knagen.

Affijn, gisteren dus op herhaling en nu hanteerde Sjaak een betere, zij het laffere tactiek, maar dat is inherent aan wielrennen. Hij zocht in de eerste ronde een goede groep, een ´bus´in jargon, en bleef daarin achter hangen. Na elke bocht was het even harken om bij te komen, maar hij liet zich daarna goed meevoeren en snelheden van boven de 40, 45 km/h op de Maasboulevard werden vrij gemakkelijk gehaald. En Sjaak was niet helemaal van de straat, want toen een nog sneller groepje langskwam kon hij als een van de weinigen echt aanpikken. Dat groepje bracht hem in de nog grotere groep daarvoor en dat bleef vervolgens in de vierde en laatste ronde bij elkaar. Een sprintje naar de finish en Sjaak was voldaan. Vanochtend kwam de uitslag van 2005. En wat blijkt (even klikken voor een goed zicht):





De analyse is simpel doch eenvoudig. Dit moet onze Theo zijn. Als een gek van start, in een weergaloos snelle eerste ronde met de Grote Jongens mee, om vervolgens kaport te gaan en te herstellen in de volgende groep. Waarin Sjaak meelifte. Het sprintje aan het eind van de vierde ronde maakt die ene seconde verschil, waarmee ik een ieder van de fietsgroep weer recht in de ogen durf te kijken.

Sjakenman


Vorige week had ik twee besprekingen bij rechtbanken in het Noorden. Donderdamiddag in Assen en vrijdagochtend in Groningen. Normaliter gaat Sjaak met de trein, dat is het makkelijkst en de rechtbanken zijn vrijwel allemaal op loopafstand van het station. Werk mee in de trein, een telefoontje plegend (mits in de gedoogzone) en je kunt rustig een veel te duur broodje eten en wat drinken. Dit keer nam Sjaak echter de auto, om nog naar een andere afspraak van tevoren en op vrijdag erna te kunnen. Welke van de inmiddels twee, de luxe/grote of de kleine/compacte. Voor Sjaak, als bewust niet-autobezitter veranderen de tijden. En het wordt nog erger: Sjaak baalde dat hij niet handsfree kon bellen. Met de auto voor het werk, een pak aan (zonder stropdas, dat wel, maar het was dan ook 30°+) en dan niet mobiel kunnen bellen. Dat gaat niet. Dus een Bluetoothje gekocht waarmee rustig gebeld kon worden. Op het terras van het hotel bijvoorbeeld, waar Sjaak verbleef en zijn te declareren bonnetjes verzamelde. Een hotel waar discreet werd gemeld dat "het blauwe lipje op de sleutelbos voor de betaalkanalen was". Een keurige kamer waar hij nog een paar uur op de laptop kon werken. Kortom: Sjaak begon aardig de Belangrijke Directeur Op Zakenreis uit te hangen met dit gedrag. Het enige waar het nog aan ontbrak was wat professioneel gezelschap (NSFW).

dinsdag, juni 14, 2005

Portretrecht


Aardige auteursrechtelijke vraag. De fotograaf van photo2roues (vrijvertaald: tweewielerfoto) heeft tijdens Les 3 Ballons deze foto van Sjaak in volle actie gemaakt. Deze kan ik nu bestellen voor € 25 voor een A3-formaat. A4 kost € 15. Rippen van de site kost niets, maar ben ik nu auteursrechtelijk in overtreding? Of zijn mijn franse fotovrienden dat die mijn portretrecht ongevraagd hebben geschonden?

maandag, juni 13, 2005

Sterrentochtjes


Al jaren fietsen we door Europa´s wegen met behulp van de firma Michelin. De wegenkaarten zijn onovertroffen en voor Sjaak ook wel zo´n beetje de norm. Michelin heeft de afgelopen jaren een meesterzet gedaan door de opzet van de detailkaarten te veranderen. Frankrijk is niet meer opgedeeld in rechthoekige vakken, maar in regio´s. De schaal is vergroot van 1:200.000 naar1:150.000. Een goede zet, al was het even wennen. Temeer omdat de tochtjes die we fietsen uit steeds minder kilometers bestaann en dan lijkt het tenminste nog wat als je de tocht uitzet.

Het sluit aan bij een patroon dat langzaam maar hardnekkig de groep is binnengeslopen. Als begin 20-ers reden we op een relatief eenvoudige Batavus, Gazelle, Raleigh of Benotto. Tijd om te fietsen was er zat, studeren was niet zwaar en de boog kon niet altijd gespannen zijn. Op de vele -vaak spontane- tochten pauzeerden we op stoepen van supermarkten, die geplunderd werden door in grote hoeveelheden chocolade, bananen, gevulde koeken en meer van dat spul in te slaan. Tijdens vakanties werd er gekampeerd en de pot gekookt op een Camping Gazstelletje.

Met het groeien van het salaris nam het aantal fietskilometers af, en de buikomgang toe. Geen tijd meer, trouwen, huizen, kinderen. Gebrek aan training werd gecompenseerd door beter materiaal, dito kleding en last but not least dure sportvoeding (Extran, isotone dorstlesser en tegenwoordig zelfs gelletjes. Wel werd er nog steeds ieder jaar wel een week gefietst. Niet meer kamperend, maar in zorgvuldig uitgekozen huisjes of châlets met goede voorzieningen. Tijdens tochten werden terassen niet meer gemeden, maar er kon gewoon besteld worden, al lag ons tafeltje wel vol met bananenschillen, losse pakje en diverse verpakkingen, want dat deden we wel. Eigen spullen eten en tenten zoeken waar je zonder schroom kon zitten en bestellen. Nico, onze financiële man, riep wel als er weer in de pot gestort moest worden.

Deze week zijn we in de Vogezen een grens over gegaan. We konden al 15 km nergens iets vinden om te pauzeren en de enige gelegenheid die open was was een mooi restaurant. Te sjiek voor ons. Maar ja, er was niets anders open. Dus toch maar naar binnen. Werden niet weggekeken door het personeel, maar uiterst professioneel bediend. Brood uit een mand naar keuze en keurig met een tang opgeschept. De wijnkaart moesten we gewoon zien, we konden toch wel fietsen met een goed glas achter de kiezen, waarom niet? Dat hebben we maar niet gedaan. Maar wel een amuse! In onze fietskleren nota bene. Weg met de bananen, bidons bijvullen aan de tap was niet meer aan de orde. Een formidabele forel voor Willem en een voortreffelijke kip tandoori voor Nico en Sjaak. De schroom was weg en dus lieten we de dessertwagen gewoon voor komen rijden. Koffie met garnituur toe, helemaal af dus en 66 euri viel eigenlijk ook nog mee.

Vanaf nu niet meer alleen de Michelinkaart mee, maar ook de befaamde rode gids, en de pot is de gezamenlijke creditcard.Het extra gewicht compenseren we wel met een carbon frame.

Franse slag(vaardigheid)


Rijdend van Nancy naar Metz (dat doet elke Nederlander volgens mij minimaal een keer per jaar) viel mijn oog op een viaduct in aanbouw. Het zal toch niet waar zijn, dacht ik nog, maar de borden LGV gaven het al aan. Die Fransen leggen hun zoveelste hogesnelheidslijn aan (Ligne á Grande Vitesse). Deze gaat van Paris naar Strasbourg, en het eerste deel gaat tot nét onder Metz. Zoals met meer prestigeprojecten: de website is smullen voor Sjaak, met informatie en mooie filmpjes (beslist SFW). En ze leggen daar de lijn gewoon door het land, niks ingewikkeld naar steden over bestaand spoor en weer terug, maar een regionaal station waar je maar moet zien te komen en voor de rest rijdt de trein door. De lijn gaat de komende jaren verder naar Strasbourg en via Kehl naar Duitsland (Frankfurt). Vanuit Strasbourg komt er ook een Alsacelijn via Belfort naar Lyon. Op alle manieren kun je straks naar de rest van Europa. Ze stemmen dan wel nee tegen de grondwet, maar ondertussen zijn de Fransozen het meest Europees bezig en hebben hun eigen zaakjes al goed op orde. We beginnen er met onze HSL een beetje bij te horen al is dat gezever over stoppen in Breda (of all places, Breda!) natuurlijk weer typisch Nederlands.

Al verder dromend bedacht ik dat het toch mooi zou zijn als op die lijnen autoshuttles gaan rijden net als bij de Kanaaltunnel. Dan stap je op in de buurt van Lille en ben je 5 uur later in Marseille. Geen Parijsstress, geen gedoe, lekker een café au lait in de bar van de shuttle en even later op de dag gewoonnaar je bestemming rijden. Maak de péage twee keer zo duur en deze treinen lopen vanzelf vol.

Spiritualitijdrit


De afgelopen dagen was ik na 5 jaar weer met een aantal fietsmaten weer terug in de Franse Vogezen. Destijds logeerden we in het hotel Col de Bussang, nu zaten we in 10 km verderop in een appartement (waarover later meer). Bij het hotel was een steil weggetje dat naar Le Petit Drumont (zie foto) liep. Waar ik natuurlijk vervolgens een tijdritje naar reed. Over de 5,5 km die van 723 naar 1150 meter voerde deed ik 28 minuten en 27 seconden. Ik schreef er zelfs een stukje over in een wielerblad. Dat paste ook in het beeld van Sjaak destijds: meten is weten.

Vijf jaar later kwamen we in het hotel en mijn stukje, verpakt met wat reclame voor het hotel, hing aan de muur. Ik was wel benieuwd naar waar ik nu stond. Toch weer een paar jaar ouder, niet echt veel kilo´s zwaarder, maar wel getekender door de gebeurtenissen van de laatste jaren zoals een scheiding en het overlijden van twee goede vrienden. Vrijdag jl. was het zover. Op mijn gemak reed ik naar de voet van de klim. Ik had besloten niet zozeer voor de tijd te gaan maar gewoon ontspannen (voor zover mogelijk op zo´n steil weggetje) naar boven te rijden en dan maar te zien wat er uitkwam. Mijn Gios (met triple) was een uitkomst. Met een fijn verzet, lichter dan ooit, kon ik goed blijven doorrijden. Waarom zou je het jezelf onnodig zwaarder maken. Natuurlijk: niet rijden is nog lichter maar enige prestatiedrang is bij Sjaak nog wel aanwezig. En de beloning van het mooie uitzicht en de tevredenheid van wéér een beklimming voltooid zou ik niet hebben willen missen.

Op de top drukte ik de stopwatch in: 25.00. Niet bezig geweest onderweg met de tijd, was ook niet zo belangrijk eigenlijk, en uiteindelijk toch een stuk sneller. Wederom bleek dat bezig zijn met het proces en niet met het resultaat je veel vrijer maakt. En dan maakt het resultaat ook minder uit, althans in absolute zin. Een tijd van 30.00 of 40.00 was ook goed geweest, als ik hetzelfde goede gevoel had overgehouden aan die beklimming als nu. Winnen heeft geen absolute betekenis. ´Go with the flow´, doe je best, geniet ervan en zie maar waar je uitkomt. Wellicht heb ik mijn imago nog tegen, maar presteren krijgt op deze manier bijna een spirituele betekenis. Ik begin ook steeds beter te begrijpen wat Zen en (top)sport met elkaar te maken hebben.

Dit stukje zal door Coef waarschijnlijk ´Sjaak zweeft´ genoemd worden. Ik vind het prima, zweven is soms heerlijk en ik zie uit naar mijn eerste zweefvliegervaring met mijn collega Peter.

dinsdag, mei 24, 2005

Koude rillingen na 20 jaar


Net met koude rillingen gekeken naar een briljante documentaire van het doorgaans toch al sterke Andere Tijden over het Heizeldrama. Ik zie me nog voor de TV zitten, exact 20 jaar geleden, wachtend op Liverpool - Juventus. Die rare beelden van rellen, die meteen al een onbekend soort paniek teweeg brachten. Anderhalf uur later kwamen mijn ouders thuis, en zat ik nog steeds ongelovig te staren voor de buis in het schemerdonker. Half huilend, half ongeduldig omdat de wedstrijd nog door moest gaan. Die tegenstrijdige gevoelens hadden velen, omdat het zo moeilijk te beseffen was wat er eigenlijk aan de hand was en dat de grens al ver overschreden was. Het juichen van de Juventusspelers na het winnen van de Cup oogt nog steeds bizar.

Andere Tijden had voor het verhaal een nieuwe invalshoek gekozen, in de vorm van een paar mannen van begin 30, die destijds als 12-jarigen een voorwedstrijd speelden. Een rood team tegen een wit team, voor die jochies een hoogtepunt uit hun leven natuurlijk. Met een typisch Vlaamse -lichte- distantie vertellen de mannen hun nog niet eerder vertelde verhaal. Gewoon begonnen als de wedstrijd van hun leven waarin ze mochten voetballen voor 50.000 man. Op het moment dat Witten 3-1 maakten braken de rellen los. Beelden van destijds worden afgewisseld met hun waarneming. Als volwassen mensen al geen houding weten te vinden, hoe kun je dat dan van kinderen verwachten. Zeker als ze tussen de lijken en gewonden door hun weg naar huis moeten vinden. Later wordt zelfs gesuggereerd dat zij de rellen ontketend hebben. Hoe gek kan het worden. IJzingwekkend en prachtig gedocumenteerd.

De NOS besteedt overigens op haar site veel aandacht hieraan. Hulde.

donderdag, mei 19, 2005

Gemiste kansen & ouwe koeien II


Eén van de hoogtepunten van mijn studie Sociale Geografie was de Alpenexcursie in 1986. Een tiental dagen naar Oostenrijk en Italië en daar veel aan geografie gedaan (whatever that may be). Er gingen twee docenten mee: Pim Beukenkamp voor de fysisch geografische inbreng en Otto Verkoren (foto) voor de sociaal-geografische aspecten. Pim´s rol was zonder meer duidelijk en ik dank mijn kennis over puinwaaiers, karesporen, het verschil tussen v-vormige rivierdalen en U-vormige gletsjerdalen, zaken waar ik bij Vrienden & Bekenden nog steeds indruk mee maak, aan hem. Otto was doorgaans bezig met de Ontwikkelingslanden. Had een linksig imago, een onorthodoxe, cynisch-barokke stijl van college geven en bij delen van mijn studiegenote ´dus´OK. Gaandeweg de excursie bleken de beide mannen eigenlijk vooral mopperkonten. Bij een aantal studenten vonden ze bij de avondmaaltijden en de nasleep een willig oor -zij het dat de interesse steeds meer afnam. Klagen over de faculteit, het regeringsbeleid aangaande het Wetenschappelijk Onderwijs , de studenten, collega´s etc. etc. Otto, die toen ongeveer twee keer de omtrek had van wat zijn foto nu suggereert, had daarbij het hoogste woord. Hoorde zichzelf graag praten over hoe de wereld in elkaar stak. Een proefschrift schrijf je niet in 2 maanden maar moet 10 jaar ´rijpen´. Resultaatgericht onderzoek staat de ontwikkeling van de wetenschap in de weg. Dat werk dus. Alsof Geografie überhaupt een stevig eigen wetenschappelijk kader heeft. Maar dat terzijde.

De excursie was ook gezellig. Ga met een groep van 50 mensen rond de 23 jaar op stap en er wordt (ook) gezongen, gedronken en melig gedaan (voor de kenners:´toch stiekem Van Basten´). Niet elke dagelijkse wandeling door de Alpen werd een brave natuurbeleving, maar af en toe ging het er gewoon om wie het eerste boven was. Otto was het allemaal een doorn in zijn geknepen oog. Zijn overgewicht maakte het nog zwaarder voor hem en de erbarmelijke conditie noopte hem tot pauzes die als ´waarnemingmomenten´werden geduid. Otto´s wraak op het jeugdig enthousiasme kwam in ons faculteitsblad, de Questa. We werden genadeloos neergesabeld als een soort Engelse standhooligans, die vakantievierend, lallend en feestend de studiepunten bijeensprokkelden. Otto had de lachers op de hand. Het stukje was vakkundig en met cynische humor geschreven, dat dient erbij gezegd te worden.

Wat zit Sjaak dwars? Dat hij toen dat stuk niet gecounterd heeft. Je kunt wel zo´n scorend stuk schrijven, maar tegelijk ben je wel een gefrustreerde oncollegiale persoon, die tegen de verkeerde mensen zijn gal spuwt. Als het niet bevalt op zo´n Faculteit, wees een vent, ga da weg, schiet je kruit dan met open vizier naar je collega´s in dat medium wat je wél gebruikt voor die studenten. Sjaak heeft de mogelijkeheid om op dit blog alsnog de andere kant te tonen, waarvan acte. En bijna twintig jaar later kom je al Googlend erachter dat hij een parodie op zichzelf is gebleken. Nog steeds geeft Otto colleges met zijn aloude vriend Paul van Lindert aan dezelfde vakantiegangers, die nu iets meer voor hun ontspanning moeten betalen. Wellicht helpt het dat hij professor is geworden, maar ook hij zal nog steeds tegen de door hem verfoeide Derde Geldstroom in moeten roeien. Geen Wereldbank, UNESCO of een zware adviesfunctie die hij na een puike wetenschappelijke carrière in de wacht heeft gesleept. Waarschijnlijk leidt hij nog steeds het docentencabaret en haalt hij zijn pensioen daarmee. Kan ie ritueel klagen over brallende, vakantievierdende studenten die een berg oprennen. Twintig jaar verwekingsproces en drie minuten Google later maakt dat beeld voor mij eigenlijk het counteren alsnog overbodig.

woensdag, mei 18, 2005

Oprecht langs de Vecht


Dit Pinksterweekend samen met de VdH de Vechtdaltroute afgemaakt. Er ontbraken nog twee etappes van de officiele vier en die hebben we gelopen. Pijnlijke knieën, opkomende griepen en matige weersverwachtingen negerend hebben we in die twee dagen in totaal 40 km gelopen. Op vooral asfalt, veelal de paden delend met fietsers en joggers. Normaal zoekt Sjaak graag de volledige rust, maar die is zeer schaars in Nederland. En dat in acht nemend was het een prachtige route met links en rechts zelfs verrassingen. De grote boog om Zwolle heen, op de tweede dag, bracht onverwacht mooie vergezichten op Zwarte Water en de Vechtmonding en was minder stads dan het kaartje deed vermoeden. Als je het boekje erbij houdt worden zelfs kievitten, zwaluwen en grutto´s goede bekenden en met de florafysiologische achtergrond van de VdH wordt menig zeldzaam dan wel minder zeldzaam plantje gedetermineerd en becommentarieerd. Niet goed voor het tempo maar wel goed voor de beleving. En als je dan in een hotel overnacht waar alles klopt (gewoon vriendelijk, attent, gastvrij, professioneel en een uitstekende prijskwaliteitverhouding van zowel de overnachting als het eten) is het heerlijk om zo dicht bij huis op stap te gaan.