
Het was dacht ik in een beige VW Kever, die aan Herman Zengerink toebehoorde, waarmee we naar het strand van Rockanje waren gereden. De Herman, die mijn moeder systematisch en stelselmatig 'Petra' noemde en steevast belde op haar verjaardag. Had hij een oogje op haar? We hadden geen auto thuis, dus dat tochtje was een belevenis op zich. We installeerden ons op het strand, waar het redelijk druk was. Ik was een jaar of zes, kon nog niet zwemmen, maar liep geen enkel risico. Te schijterig om ook maar een stap in het water te zetten.
Ik speelde in het zand en bouw een zandkasteel of een tunnel. Na verloop van tijd wil ik terug naar ons plekje. Waar was het ook al weer? Ik zie mijn familie niet; ze zaten toch bij een vlag. Lichte paniek maakt zich meester van de kleine Sjaak, die overgaat in een huilbui. Een schattig moederziel alleen blond jongetje dat huilt, dat trekt de aandacht. Iemand ontfermt zich over me en brengt me naar een barak. Het blijkt een strandpost te zijn. De vrouw aldaar is bijzonder vriendelijk. Vraagt me van alles, maar vooral mijn naam, en geeft me iets te drinken. Het is Nutricia Chocomel. Dat heb ik nog nooit gedronken tot dat moment, maar ik herken het logo en de kleurstelling. Het smaakt nieuw maar overheerlijk en even is het verdriet weg. Ik koester dit moment en zie mijn moeder ineens binnenkomen. Is ze de rust zelve of was er paniek? Vond ze het eigenlijk wel erg dat ik weg was? Ja, toch wel. Hoe lang heeft het eigenlijk geduurd? Ee keren terug op onze plek en er is opluchting alom bij iedereen. De hele dag blijft een beetje raar voelen en heeft de smaak van échte chocomel.
Deze gebeurtenis van 36 jaar geleden schoot door mijn hoofd toen we zondag op het strand van Texel lagen. Tsja Rockanje, daar was ik zelf even de weg kwijt en zij mij. Diezelfde avond blijkt er iemand te zijn vermist, ook in Rockanje. Het liep dit keer minder goed af.