zaterdag, juli 24, 2010
maandag, juli 12, 2010
Het effect van wéér niet

Een topprestatie komt volgens mij vooral tot stand als het mentaal goed zit. Trainen heb je volop gedaan, de techniek heb je al geleerd. In de top zijn de marges gering. Of je nou hockeyer, schaatser, judoka of voetballer bent; de sleutel tot succes ligt vooral in je hoofd. Nog los van externe factoren, zoals verkeerde wisselinstructies, veranderend weer of arbitrale dwalingen. Dat geldt niet alleen bij de sport; de zangpedagoog hamert er bij zijn/haar pupil op vooral 'ontspannen' te blijven.
Het verlies in de finale gisteren is volgens mij vooral een mentaal verlies. Waar we allemaal, mijzelf niet uitgezonderd, ons steentje aan hebben bijgedragen. Nederland móest gisteren winnen, na de finales van 1974 en 1978 verloren te hebben. Nooit straalde het uit dat het de finale wílde winnen. Met een derde finaleverlies als self fulfilling prophecy. De angst voor een doelpunt tegen was groter dan de intrinsieke drang om er zélf één te maken. Waar Duitsland en Uruguay daar de dag ervoor juist wel uit spelvreugde en overtuiging handelden en een leuke 3-2 speelden (had ook 5-4 kunnen zijn). Het was wachten op een ingeving van Robben en verder nam niemand aanvallend initiatief. Dat is geen kritiek op de coach; met deze instelling had de winst zomaar kunnen vallen. Evenmin heeft het te maken met verdedigend spel of over 4-2-3-1 of zo. Het gaat om de overtuiging waarmee je speelt; het vertrouwen dat je uitstraalt en de vreugde die het je brengt. Spanje overtuigde daarin ook niet echt, al was het wel de betere ploeg. En als ik mijn punt had kunnen doorvoeren waren we wellicht al twee weken thuis geweest.
Nederland ontregelde Spanje, op het eerste kwartier na. Daar was vaak grof spel voor nodig, al moet ik zeggen dat Spanje niet veel er voor onder deed en zij hun slachtofferrol handiger speelden. Kritiek op de scheidsrechter is niet aan de orde, hij deed wat hij moest doen en paste dat consequent door. Zo'n eerste gele kaart voor Heitinga is gewoon dom, ga gewoon voor de bal en doe niet stoer door een tegenstander nog een extra schop te geven. Als je geen corner krijgt, draai je je om en zet je je weer schrap met zijn tienen. Op dat soort momenten onderscheid de gemiddelde speler zich als topper.
Eerlijk gezegd ben ik blij dat het WK is afgelopen. Te lang, te veel aandacht, te veel hype. Waar ik overigens volledig in mee ging. De gelegenheid maakt de dief. En nu weer 32 jaar wachten op de volgende kans; dan kijken we samen SMS-te ik mijn zoon. Aldus bijdragende aan de nieuwe collectieve obsessie: wereldkampioen moeten worden. Maar misschien moet we het zijn allen eerst willen en niet vooral meer bang zijn dat we het niet worden. Ik weet niet hoe ik me gevoeld zou hebben als ze het wel hadden gehaald. Ik zou het verkrampt hebben gevierd. Blij met de handrem erop. Alsof het feestje nog verstoord zou kunnen worden.
Door:
Sjaak
op
09:08
2
reacties
zaterdag, juli 10, 2010
Het hoofd, het hart en de wolken

Sinds afgelopen dinsdag woedt er bij mij een innerlijke strijd. Nu Nederland morgen de finale speelt tegen Spanje op het WK voetbal ben ik daar behoorlijk mee bezig. Terwijl het om sport gaat en er veel belangrijker zaken in het leven zijn. Wat zijn daar dan de redenen voor. Een poging om dit te ontrafelen.
Ten eerste is er de luxe om je hier druk over te maken. Zoals de Tour zich in de maand juli afspeelt en het een onderdeel van het ultieme vakantiegevoel is. Zo'n WK tijdens de komkommertijd heeft alle ruimte. Op het werk is het allemaal wat relaxter en de warme weken hier, met BBQ en bier maken ons sowieso losser.
En dan: we willen zo graag. De Nederlandse volksaard is dat we overal over klagen, maar uiteindelijk vinden we het allemaal wel fijn hier en moeten ze niet aan 'ons' komen. Zoals met je ouders: je hebt er wel kritiek, maar als anderen dat hebben spring je direct op de bres. Het voetbalelftal is de exponent van die verholen trots. Net als Sven Kramer, Ireen Wüst of Mark Tuitert massaal op ons enthousiasme kunnen rekenen. De volleyballers in 1996, Boogerd op weg naar La Plagne; het is niet alleen voetbal waar we de oranje bril voor opzetten. Zoals velen -zoals mijzelf- uiteindelijk ook wel het -op zich volstrekt zinloze- koningshuis een warm hart toedragen.
Maar het is niet alleen een collectief sentiment dat speelt bij mij. Ik ben toch echt met de prestatie op zich bezig. Het WK is het hoogst haalbare in het voetbal, zoals de Tour in het wielrennen en bij veel sporten de Olympische spelen. De extreem moeilijke opgave om de beste te worden maakt de beleving als dat dan ook lukt erg groot. Na een aantal jaren zelf een team te hebben gecoacht (op een heel ander niveau, maar toch) dat goed presteerde op belangrijke momenten, is mijn waardering voor Bert van Marwijk zeer groot. Het gaat op dit niveau om winnen en de manier waarop is eigenlijk ondergeschikt. En een oude wet is: zolang er gewonnen wordt is de sfeer goed. Ik vind de spelvreugde en teamgeest in dit Oranje zeer duidelijk aanwezig. Dat is mooi om te zien. Maar ook bij 'ons' geldt dat winnen als doping werkt. Het is de verdienste van Bert en zijn staf dat hij de condities heeft geschapen waarin het maximale resultaat gehaald kan worden.
Dinsdag werd aan de spelers gevraagd of het WK al geslaagd was. Een volstrekt overbodige vraag. Het WK is niet geslaagd, het WK is aan de gang. Na elke winstpartij is er even een plateautje waar je op kunt uitrusten, maar de weg gaat verder. Focus heet dat, maar is inmiddels als begrip beladen. Pas als je boven bent maak je de balans op. En dat kan uiteindelijk ertoe leiden dat een ander beter was. Zo fiets ik mijn cols en beleef ik deze dagen. En -wellicht projectie- zo doet Oranje dat ook. Tot morgen pakweg 23 uur ben je niet bezig met de uitkomst maar met het proces, dat een optimaal resultaat moet opleveren. Relativeren helpt niet. En dat je niet alles in de hand hebt hoort daar ook bij. Zoals ik ook geen invloed heb op de spelers en hun benadering. En toch denk ik dat mijn focus hun focus versterkt. Onzin, maar ook hier: relativeren is niet aan de orde.
Kortom: zo'n WK raakt velen aan wezenlijke zaken die hij of zij herkent. En daardoor gaat het hart met het hoofd aan de haal en loop ik nog zeker 48 met het hoofd in de wolken.
Door:
Sjaak
op
15:24
0
reacties
vrijdag, juli 09, 2010
De bal op de bebloede paal

Die ochtend, op de 25e juni 1978, had ik mijn H. Vormsel ontvangen. In de H. Christus Koningkerk in het Kleiwegkwartier van de Maasstad, vlak bij mijn geboortegrond. Als je opgroeit in een degelijk Rooms nest is dat logisch. Mijn vader lag met een gebroken knie al enkele weken op bed in de woonkamer en had het WK voetbal in Argentinië van A tot Z kunnen volgen. Bij het ontvangen van vormsel was hij niet aanwezig waardoor mijn moeder en mijn peettante mij begeleidden. Heel modern: twee vrouwen die een kind begeleidden. De vicaris (hulpbisschop) die de ceremonie verzorgde sloot de plechtigheid af met een welgemeend 'veel plezier vanavond'.
En we gingen daarmee over tot de orde van de dag. Die avond zou Nederland tegen Argentinië de WK-finale spelen. Net als vier jaar daarvoor. In 1974 was ik nog maar zeven jaar en zijn de herinneringen gefragementeerd, al is dat juichen van Der Bomber na die fatale 2-1 me altijd bijgebleven. Vier jaar later, als zesdeklaser op weg naar de middelbare school beleefde ik het veel intenser. Ik voetbalde inmiddels zelf en had dezelfde beleving en feitenkennis als mijn zoon, die nu dezelfde leeftijd heeft als ik destijds toen Nederland in 1978 de finale haalde. De wedstrijden in de voorronden waren afzichtelijk (op doelsaldo door naar de tweede fase), maar de 5-1 tegen Oostenrijk en een zwaarbevochten 2-2 tegen West-Duitsland openden de poorten naar de finale. De wedstrijd tegen Italië werd, na een 0-1 achterstand bij rust, met 2-1 gewonnen, een scoreverloop dat dat WK in veel wedstrijden voorkwam.
De sfeer in de finale was grimmig. Er hing een luchtje aan dat WK vanwege de militaire junta die daar de lakens uitdeelde, maar de sport stond voor mij toch voorop. Dat er in Argentinië fors bloed aan de paal zat besefte ik me pas veel later. Het gedoe met de bandage van René vd Kerkhof, de snippers op het veld en de herrie door de vuvuzela's-avant-la-lettre, staan mij nog heel helder bij. Nederland was een team zonder uitblinkers, maar een hecht collectief bestaande uit vooral PSV-ers. Anders dan dit jaar geen team met een Sneijder, Robben of een -ondanks alles- Van Persie. Meer Kuijtjes en Van Bommel-types. Goed: één uitzondering: Rob Rensenbrink. Die stak er wel bovenuit.
De wedstrijd eindigde in 1-1 in de reguliere speeltijd. De 'bal op de paal' van diezelfde Rensenbrink blijft hier hangen. Alsof we een millimeter van het kampioenschap verwijderd waren. Toch is hier sprake van mythevorming. Die bal was geen echte kans, maar een toevalsschot. Dat bijna nog erin was gegaan. De afloop is bekend; de druk werd te groot en de 3-1 nederlaag een feit. De Argentijnen die het verrassende Peru hadden omgekocht zullen ongetwijfeld gedrogeerd zijn geweest, maar achteraf is het ook maar beter voor het land geweest dat ze de titel haalden.
Zondag gaan we voor een nieuwe kans. Dit Oranje heeft de potentiële klasse van de '74-ploeg en de hechtheid/focus van de '78-ploeg. Wie weet is dat de ideale combinatie. De beste wedstrijd moet nog komen. Of het nu Duitsland was geweest of zoals nu Spanje is geworden; het maakt allemaal niks uit: finales staan op zich.
Door:
Sjaak
op
09:33
0
reacties
