maandag, november 30, 2009

Mensen van staal


Sjaak en zijn racefiets. Dat is iets speciaals. In 2002 was mijn echtscheiding een feit en in de boedelscheiding was heel nadrukkelijk een post vrijgehouden om van een snel vrijkomend spaarbedrag een racefiets te kopen. Mijn ex, zelf een aardig fietster, gunde mij dat. Begin 2003 was het zover en de aanschaf van de Gios stond ook zo'n beetje symbool voor mijn eigen wederopbouw. Ik weet nog goed dat ik de eerste tochtjes in Zuid-Limburg maakte in een heerlijk zonnetje, bij temperaturen die eerder bij mei dan bij februari -wat het toen toch echt was- hoorden. Een jaar later had ik het frame al weer ingeruild, want de fiets bleek snel te roesten en ik had al een keer een flinke schuiver gemaakt toen ik over een kat heenreed (die sprong pardoes voor mijn wiel). Daarna ging het verval minder snel, maar elk tikje, elke botsing bij het vervoeren of als een ander zijn fiets tegen de mijne plantte, was een lakschade. Herstellen was niet goed mogelijk en langzaam maar zeker verloederde het frame (zie foto). Fietsen ging wel goed, maar het oogde steeds minder fraai en omdat alles in de wereld psychologisch is nam de goesting om te fietsen steeds meer af. Sterker nog: als ik die fiets zag hangen begon ik me er steeds meer voor te schamen en werd er zelfs onrustig van.

Al een paar jaar speelde ik met de gedachte van overspuiten. Heel gebruikelijk, maar niet goedkoop (al gauw 300 euro en dan moet je nog de fiets eerst afmonteren en dan weer opbouwen). Deze dubbele drempel weerhield me van actie. Maar vorige week was ik het zat. Met de VdH had ik het al over de centen gehad ('we hebben toch allebei zakgeld') en nu moest het er maar van komen. Vorige week belde ik het bedrijfje in het Westland dat me door een kennis was aangeraden. Goede recenties en 'mijn' merk deden ze ook. Het gesprek begon goed; 'volgende maand is er een aanbieding en is het all-inn (dus inclusief het frame leeghalen en weer opbouwen) zo'n 150 euro goedkoper. we spreken het wel onder die condities af want anders houd ik je voor de gek'. Kijk, daar houdt Sjaak nu van. Deze maandag zou ik 'm brengen en daar nam ik graag een paar uur verlof voor op.

En rijden naar het Westland. Als het goed voelt speelt afstand geen rol. Sommigen overbruggen een paar keer per maand de afstand Brabant-Beieren voor de liefde. Voor je fiets rijd je zonder morren naar een industrieterrein in 's-Gravenzande. Net als ik onlangs 400 km onlangs in de auto zat om wat Pyreneeëncols te rijden. Voor wat een make-over van mijn raceijzer moet gaan worden.

De ontvangst was no-nonsense doch vriendelijk. Het werk ging door maar afwisselend werd ik door het echtpaar Sandra en Brady geholpen. Citaten als 'We doen het liefste staal, dat is het minste gedoe' en 'met zo'n frame gaat het niet goed met de moraal' braken het ijs meteen. Liefhebbers die een eer erin stellen die fietsen zo mooi mogelijk te maken. We namen vervolgens rustig de details van de aanstaande metamorfose door. Ik kreeg een korte uitleg van het proces en mocht voelen aan het zand waarmee de fiets gestraald wordt. De komende weken wachten we rustig af wat het oplevert, maar het voelt goed. Boordevol moraal reed ik naar huis.

vrijdag, november 27, 2009

Maarten magistraal


Wat een luxe. Twee keer dit jaar naar Maarten Roozendaal. Dik een half jaar geleden was het onvergetelijk in Den Bosch. In de nazit gaf Maarten van Roozendaal al aan dat hij snel een tournee met een band zou maken. Woensdag was het voor ons zover. We wachtten niet tot hij naar onze Domstad kwam maar we reisden naar het dynamische Gouda. De zaal was verrassend groot en we zaten mooi vooraan. Wat direct opviel: wat een 'oud' publiek. We waren toch echt bij de jongeren die daar kwamen en het vermoeden dat dit een concert in een serie was werd versterkt. En dat publiek werd getrakteerd op een stevige band, die als een geöliede machine speelde. Maar niet in routine verviel. Daar zorgde Maarten wel voor, hoewel hij niet echt contact met het publiek zocht. De messcherpe, bijtende kleinkunstenaar die we in Den Bosch zagen toonde zijn veelzijdigheid en overtuigde als rocker. Muziek waar je niet stil bij kon blijven zitten en zo'n keurige zaal is dan niet de setting voor zo'n concert. Net zoals we vorig jaar bij Tommy in Cool hadden.

Dat was het enige minpuntje. Alhoewel: het schitterende, emotionele 'Jij blijft bij mij' beleefde een uitvoering die mij net iets te glad was. Het deed me denken aan de verbouwing van het nummer 'Don't stand so close to me' van the Police. Voor de pauze speelde hij voor mij vooral onbekende nummers, maar na de pauze was het veel bekend werk, veel van Het Wilde Westen. Een heerlijk nummer was Marlon waarin een vroegoud jongetje wordt gezongen en de semi-rap Goon zou zomaar in de hitlijsten kunnen komen. Voor de toegift kwam het bijtende Red mij niet en daar was het nieuwe jasje bijzonder passend.

Geen nazit dit keer met de zanger. Goon tevreden naar huis.

maandag, november 02, 2009

Altijd de vrouwen IV


Vandaag twijfelt een van mijn favoriete columnisten, Bert Wagendorp, in de Volkskrant aan zijn man-zijn. En dan vooral het hoe. Hoe stel je je op ten opzichte van vrouwen? Macho, soft, metro? Wat is de norm? Hoe voldoe je daaraan? Aanleiding was ook een discussie bij Pauw en Witteman over de arbeidsparticipatie van vrouwen, waar nu weer een Taskforce voor schijnt te benoemd. There we go again! Het dwingt me deel IV te schrijven over dit thema (hier zijn de linkjes naar deel I, II en III).

Bert, ik herken je twijfels. De Twittergemeenschap (inclusief de nodige vrouwen) gaf je al het advies om jezelf te blijven en daar sluit ik bij aan. En daarnaast: je doet het als man niet gauw goed (genoeg). Als jij ervoor uitkomt dat je een vrouw een 'lekker ding' vindt is dat rolbevestigend en ben je de kwijlende viezerik. Maar als Robbie Williams zijn klokkenspel voor tienduizenden fans nog maar eens fijn opwrijft (wat toch vrij ranzig is zo in het openbaar) moet dat kunnen, want het is zo'n 'geil ding'. Wat verwacht men nu van ons, of is het echt persoonsgebonden. En de dubbele moraal die je vaak ten aanzien van zorgtaken ziet zodra je als man een beetje substantieel meedraait in een huishouden. Als je voor een hogere vrouwenparticipatie op de arbeidsmarkt bent, ontken je het recht dat vrouwen willen kunnen zorgen. Ben je er tegen, dan krijg je de Helenen Mees van deze wereld over je heen. En dat wil je niet (om maar eens een fout mannengrapje te maken). Zolang de discussie altijd teruggevoerd wordt op mannen-vrouwen zijn we als kerels kansloos. Zeker omdat het er niet toe doet wat wij mannen eigenlijk willen. En dus geen energie aan verspillen, hoe lastig dat ook is.

Ondertussen: koester de vrouwen die de discussie feminiseren noch masculiniseren. Die uitgaan van waar je behoeften, wensen en talenten liggen. Waar uitgegaan wordt van praktische haalbaarheid en respect voor elkaars identiteit. En die zichzelf zijn, soms heel mannelijk maar vooral ook heel vrouwelijk. Ze zijn er, ik woon met één in huis.