
Zaterdag start het voetbalseizoen van mijn zoon van 7 jaar, zijn eerste. Zelf heeft hij er veel zin in, hij mag nu echt en zijn gehele uitrusting heeft hij al. Een goede vriend van mij heeft mij aangekondigd dat dit ook míjn leven zal veranderen. Nooit meer willen uitslapen op zaterdag maar om half 8 het bed uitspringen en niet kunnen wachten om naar het veld te gaan. Dromen van die ene wereldgoal van jouw ventje of een prachtige redding in de laatste minuut bij 1-0 voor als hij op doel mocht komen te staan. Jezelf niet terugkennen in je fanatisme als het eigenlijk om sportief aanmoedigen gaat. Ik zie nog mijn anders zo relaxte buurman gewoon half het veld in lopen om zijn zoon aan te sporen en als de leider niet helemaal volgens schema wisselt hem gewoon toeroepen dat ´er niets van klopt´. Gaat hij geld geven aan zijn zoon als hij scoort, een huiveringwekkend litteken op Sjaaks nog tere ziel. Of erger: projecteeert hij zijn gemiste profcarrière op zijn zoon en is elke misser goed voor een verbaal bombardement? Drinkt hij straks aan de bar te veel bier en gaat hij dan toch achter het stuur, bij voorkeur mét kinderen van anderen achterin (zonder gordel natuurlijk). Scheldt hij straks scheidsrechters voor rot als ze ´thuisfluiters´ blijken te zijn. Ik zie ze nog steeds voor me, ruim 25 jaar later, de Voetbalvaders.
Zou Sjaak ook zo worden? Wordt hij een Voetbalvader? Jiskefet heeft een briljant portret gemaakt. God behoed mij!
Ps het shirtje van het jochie is een zogenaamd ´1-14-1-24´-exemplaar. Van ´die andere club´ uit ´020´. Mijn (leen)kinderen zullen me deze verwijzing niet makkelijk vergeven. Maar een voorbeeld met een jochie dat speelt voor die club genaamd naar die Griekse Godenzoon geeft aan dat dat het daar helemaal niet goed zit. En de sketch is er niet minder geniaal door. Kunst en satire doorbreekt soms harde supportersgrenzen.