zaterdag, oktober 20, 2012

Berlijnse ervaringen


Precies 25 jaar geleden was ik voor het eerst in Berlijn. Het was de tijd van de Koude Oorlog al begon die wel al af te nemen. Het aantreden van Gorbatsjov in de USSR gaf hoop op toenadering tussen Oost en West. Berlijn was toen het stolpunt van een -nu nog nauwelijks meer voor te stellen- ideologische, economische en politieke scheiding in Europa. Als derdejaars geografiestudent was er natuurlijk genoeg te zien in Berlijn. We bleven er dan ook een week en kregen er nog studiepunten ook voor.

In de vrije tijd, die we toch ruim kregen, stapte ik vaak in de U- en S-Bahn. Voor mij is dat een ideale manier om vertrouwd te raken met een stad. Af en toe ergens uitstappen, in de omgeving kijken of langs de bovengrondse trajecten de stad voorbij zien schieten. In Berlijn had dit wel een heel speciaal karakter. Het station Friedrichstraße lag in Oost. Maar was een knooppunt voor West. Het was ook een grensovergang, maar tevens een overstapstation voor de Westelijke metrotreinen (zie kaartje). Nergens had de Muur een onwezenlijker en daardoor grimmiger karakter voor mij. Midden in het station was een muur opgetrokken. Achter beide kanten lagen verschillende werelden. En bizar was het dat ik gewoon voor 25 DM een dag naar de overkant kon en de mensen dáár nooit naar ons. Je reed langs dichtgemetselde stations en verpauperde stadsdelen. Als je westwaarts ging kwam je bij Zoologischer Garten (bekend van Nina Hagen en Christiane F.). De "Kühdamm" en het KaDeWe als pronkstukken van het kapitalisme.


Vorige week ging ik met mijn zoon weer naar Berlijn. Voor het eerst na de val van de Muur. De Duitse Eenwording en het in ere stellen van Berlijn als hoofdstad gaf me destijds dubbele gevoelens. Een Sterk Duitsland, dat was historisch beladen. En om te zeggen dat het Westen louter zegeningen kende? Het was natuurlijk een annexatie van de voormalige DDR.

In de afgelopen 25 jaar is er veel veranderd. Duitsland is de grote pleitbezorger en financier van een Verenigd Europa gebleken. Een land dat zich bewust is van haar verleden, terughoudendheid aan daadkracht koppelt. Dit jaar was ik drie keer in Duitsland en elke keer heb ik me welkom gevoeld. Berlijn is een drukbezochte stad maar de sfeer is ontspannen. Het verschil tussen Oost en West is op het eerste gezicht verdampt. Het Oosten is het centrum geworden, maar heeft de sfeer van het Westen gekregen.



En toch: op het voormalige Checkpoint Charlie sta je midden in en op geschiedenis. Bij mijn veertienjarige zoon, die zachtgezegd matig geïnteresseerd is in geschiedenis [niet alles is erfelijk], kwam ook voor hem de bizarre historie tot leven. Waar ooit tanks reden en demonstranten stonden, kon hij nu vrij fotograferen en rondlopen. De infomatieborden langs de weg gaven een mooi, chronologisch beeld van de gebeurtenissen van de laatste 60 jaar. Het was een mooi moment samen; ik kon hem mijn eigen ervaringen meegeven en tegelijk ervoeren we de realiteit van nu. En dat is dat dit punt ook een toeristische must is geworden waar hordes zich op de foto laten zetten met fake-grenswachten.



Het huidige Berlijn laat zich ook goed vergelijken met het verleden als je de U- en S-bahnlijnen van nu ziet (zie kaart). Veel oude lijnen zijn in ere hersteld; dichtgemetselde stations weer open en ook hier is het verschil Oost-West niet meer voelbaar. Je kunt nu wéken in de metro zitten als je alles wilt hebben 'gedaan'


En over die Duitse mentaliteit nog iets. We gingen naar de wedstrijd Duitsland - Zweden, in het gerenoveerde Olympisch Stadion Duitsland speelde een uur de sterren van de hemel met prachtig, frivool combinatievoetbal; bijna Nederlands zou de chauvinist zeggen. En liep uit naar 4-0.  In het laatste half uur verspeelde die Mannschaft deze voorsprong, met een gelijkmaker in de blessuretijd. Dat zou een Duitse ploeg niet zijn overkomen denk je dan. Het toon maar aan dat er een hoop is veranderd in een kwart eeuw. 


woensdag, februari 29, 2012

Een heel eind


Jarenlang leidden Hugo en ik een meisjesteam. Als betrokken voetbalvader rolde je daar eigenlijk vanzelf in. Hugo wat eerder dan ik, althans bij dit team. Tien, elf jaar waren de meisjes en ze speelden nog op een half veld. Ze maakten de overstap naar een heel veld en het team ging het steeds beter doen. Er was een harde kern van zo'n tien speelsters die al die jaren bij elkaar bleven. Daaromheen kwamen en gingen andere speelsters. We gingen twee keer per week trainen, werden fanatieker en behoorden bij de betere teams van het district West I (Noord-Holland en Utrecht). In de beker werden legendarische duels gespeeld en drie jaar op rij de halve finale gehaald. En in mei vorig jaar was dan de kroon op alles: kampioen in de Hoofdklasse.

En in die jaren zie de meiden groeien. De eerste keer tijdens de jaarlijkse uitstap naar Winterswijk bleef iedereen nog keurig op de camping. Vorig jaar werden disco's afgestruind en werd gewerkt aan een kater die de volgende dag eerst weggewerkt moest worden. Om vervolgens voor de derde keer op rij daar dan de Cup te winnen. Want zo waren ze ook wel weer. Van bruggers via puberende bankhangers naar jonge volwassen vrouwen. Beugels zijn uit een ver verleden, sommigen hebben geen vriendjes meer, maar al een serieuze relatie. Slimme meiden, waar je een volwaardig gesprek mee hebt en die je niet als bemoeizuchtige ouder zien.

Eergisteren werd er een wedstrijd gespeeld door het Damesbeloftenteam van onze club (zie foto). Speelsters onder 21 speelden tegen een dames studententeam uit Utrecht. Zeven van 'onze' meiden speelden daarin mee. Bij de Dames! Hugo en ik hebben inmiddels het team al lang aan anderen overgedragen, maar dit wilden we niet missen. Hugo was grensrechter; ik stond in het veld als scheids.

Voor de start keek Hugo me aan en zei: 'we've come a long way' Inderdaad: zijn dochter gaat in Noorwegen een jaar studeren, onze schreef zich vandaag in op de Technische Universiteit. Voetballen doen ze allemaal nog en dat blijven ze hopelijk ook doen, waar ze ook ter wereld zijn. En inderdaad: we zijn een heel eind gekomen.