Circle of life

Halverwege jaren '70. Achterop de Batavus-brommer van mijn vader rijden we over de Van Brienenoordbrug naar IJsselmonde. In het Huize St Antonis verblijven mijn grootouders. Ze zijn niet meer in staat om voor zichzelf te zorgen en hebben hun mooie jaren '30-twee-onder-een-kap in Schiebroek verlaten. We gaan bij ze op bezoek en ik ben angstig; de sfeer van het verzorgingshuis is niet direct prettig te noemen voor een amper tienjarig ventje. Veel contact met mijn opa en oma heb ik niet. Mijn opa is een autoritaire man die afstand houdt, al maak ik indruk op hem met mijn interesse voor de geografie. Ik zal later zijn fraaie globe en papieren, losbladige atlas erven. Mijn oma heeft een paar beroertes gehad en is moeilijk te verstaan. Het is de generatie die nog niet in staat is om volwaardig met kleinkinderen te communiceren. Mijn oma zal langer leven dan mijn opa, maar ook niet heel lang.
Vandaag, vijfendertig jaar later ga ik met mijn kinderen op bezoek bij mijn vader, die revalideert van een heupoperatie. We treffen hem, lezend in een boek, in een rolstoel in de binnentuin van het moderne, ietwat kille, maar acceptabele revalidatiecentrum in Capelle ad IJssel. Even waan ik me terug; aan de hand van dezelfde man die nu in de rolstoel zit. Tussen wat ik oude mensen noem, maar waar hij zelf inmiddels als bijna 80-jarige, ook toe behoort. De verschillen met vroeger zijn duidelijk. Mijn vader is hier om te revalideren en gaat uiteindelijk gewoon weer zelf lopend naar huis. En mijn vader is blij zijn kleinkinderen te zien en is -ondanks zijn geringe hoorvermogen- in staat gesprekjes aan te gaan. Hij wordt even later in de buitentuin rondgereden door de kinderen en we praten samen over zijn situatie. Als mijn moeder aankomt lunchen we in het bedrijfsrestaurant. Na dik anderhalf uur is hij moe en gaat hij liggen om te rusten. Wij taaien af en zwaaien hem gedag.
Het is een moment dat dat duidelijk wordt dat je volledig een generatie bent opgeschoven bent.