Sjaak was ooit in de Verenigde Staten voor een lange reis. Het was aan het eind van zijn studie en dus was er tijd zat en met de vele student-assistentschappen en het trouw vakkenvullen bij de Appie waren ook de benodigde middelen bijeengeraapt. In Los Angeles zat op dat moment een studievriendin, die daar colleges volgde. Niet een vriendin van het hechtste soort, maar vooraf was ik van harte uitgenodigd om langs te komen. Ik had mijn -ongeveer te verwachten komst- wel aangekondigd maar had geen reactie gekregen. Min of meer op de bonnefooi reed ik met een 'driveaway' van San Francisco naar LA alwaar mijn verschijning lichte paniek veroorzaakte. Duidelijk was dat ik niet zo gewenst was, om mij niet geheel duidelijke redenen overigens. Ik gaf aan wel elders onderdak te zoeken maar dat wilde mijn studievriendin, ook weer niet. Ik kon blijven en al snel bleek dat zij het te druk had met andere zaken, maar dat ik wel mee kon draaien in haar vriendencircuit. Haar 'roommate' vond het wel gezellig geloof ik. Zeker toen bleek dat ik een keurige jongen was, die zelf opruimde, overdag zelf op pad ging om de stad te leren kennen, voor de dames kookte en niet erop uit was om de koffer in te duiken met alles wat aan vrouwelijk schoon voorbij kwam.
Het studentenclubje van de Geography department van de UCLA was behoorlijk links en vooral politiek correct. Niet naar de maatstaven van Reagan en Bush sr, maar naar die van de uiterste linkervleugel van de Democraten of nog verder naar links. Sjaak, die op de middelbare school door de kakkers uit Kralingen systematisch 'communist' werd genoemd, verbleekte er wat bij. De Hollanditis was in Europa over, maar tierde welig in California. De politieke correctheid kwam tot een hoogtepunt op een geïmproviseerd feestje. Iemand stelde zijn huis ter beschikking, iedereen nam wat te eten en te drinken mee en er werd gedanst en vooral gediscussieerd. Sjaak paste zich aan en nam wat biertjes en wat hapjes mee. Ik had bij een oom van mij Coors gedronken en dat leek me wel OK. Niet dus. Coors schijnt zoiets te zijn als Shell begin jaren '90 en het toppunt van uitbuiting, kapitalisme, kannibalisme en onderdrukking te zijn. Wist ik veel.
'Who brougt Coors?', schalde door de ruimte. Iedereen viel stil. Collectieve verontwaardiging. Verbijstering. Ontzetting. Paniek. Alsof er een punker binnenkwam bij de Rotary, stof in een rekencentrum werd uitgewaaid, het Hand in Hand werd aangeheven op het Rembrandtplein. Beschroomd bekende Sjaak zijn misdaad. Donateurschappen van Greenpeace, Amnesty International, Rover, De Fietsersbond en vele stemmen op partijen ter linkerzijde van de PvdA waren geen bruikbare instrumenten á décharge in dit klimaat. De roommate klom in de rol van prosecuter. Mijn studiegenote distantieerde zich van mij. Een wat oudere studente, waar ik al flink mee had zitten discussiëren én mee had kunnen lachen, diende zich aan als advocaat. Met een "How can he know, he's from Holland', werd mijn ontoerekeningsvatbaarheid onderbouwd. Morrend aanvaarde de massa dit steekhoudende argument ter verklaring van mijn ernstige vergrijp.
Een andere vrouw lichtte me verder in: Coors had een slechte naam omdat het mensen zomaar op straat zette, vakbonden buiten de deur hield, illegalen zwaar onderbetaalde en onder gevaarlijke omstandigheden liet werken. Kennelijk als enige in het verder zeer sociale ondernemersklimaat van de Amerikaanse brouwers, al was het enige bier dat er stond afkomstig uit Mexico. Inderdaad net als bij ons destijds: Shell was echt de enige die systematisch mensen uitbuitte. Bira Max Havelaar was daar toen waarschijnlijk gelukkig al uitgevonden, dus we konden met een gerust hart aan het bier.
Sinds deze gebeurtenis staat de uitspraak 'Who brought Coors' voor onwerkbaar fanatisme en doorgeschoten politieke correctheid. Ik kom het hier nog af en toe tegen bij types als Agnes Kant, vastgeroeste vakbondsleden of uit verhalen over sommige leden van de boeken- en wandelclubs van de VdH, maar zo bont als toen maak ik zelden meer mee.