maandag, augustus 16, 2010

Circle of life


Halverwege jaren '70. Achterop de Batavus-brommer van mijn vader rijden we over de Van Brienenoordbrug naar IJsselmonde. In het Huize St Antonis verblijven mijn grootouders. Ze zijn niet meer in staat om voor zichzelf te zorgen en hebben hun mooie jaren '30-twee-onder-een-kap in Schiebroek verlaten. We gaan bij ze op bezoek en ik ben angstig; de sfeer van het verzorgingshuis is niet direct prettig te noemen voor een amper tienjarig ventje. Veel contact met mijn opa en oma heb ik niet. Mijn opa is een autoritaire man die afstand houdt, al maak ik indruk op hem met mijn interesse voor de geografie. Ik zal later zijn fraaie globe en papieren, losbladige atlas erven. Mijn oma heeft een paar beroertes gehad en is moeilijk te verstaan. Het is de generatie die nog niet in staat is om volwaardig met kleinkinderen te communiceren. Mijn oma zal langer leven dan mijn opa, maar ook niet heel lang.

Vandaag, vijfendertig jaar later ga ik met mijn kinderen op bezoek bij mijn vader, die revalideert van een heupoperatie. We treffen hem, lezend in een boek, in een rolstoel in de binnentuin van het moderne, ietwat kille, maar acceptabele revalidatiecentrum in Capelle ad IJssel. Even waan ik me terug; aan de hand van dezelfde man die nu in de rolstoel zit. Tussen wat ik oude mensen noem, maar waar hij zelf inmiddels als bijna 80-jarige, ook toe behoort. De verschillen met vroeger zijn duidelijk. Mijn vader is hier om te revalideren en gaat uiteindelijk gewoon weer zelf lopend naar huis. En mijn vader is blij zijn kleinkinderen te zien en is -ondanks zijn geringe hoorvermogen- in staat gesprekjes aan te gaan. Hij wordt even later in de buitentuin rondgereden door de kinderen en we praten samen over zijn situatie. Als mijn moeder aankomt lunchen we in het bedrijfsrestaurant. Na dik anderhalf uur is hij moe en gaat hij liggen om te rusten. Wij taaien af en zwaaien hem gedag.

Het is een moment dat dat duidelijk wordt dat je volledig een generatie bent opgeschoven bent.

zaterdag, juli 24, 2010

Dubbelgangers



Commentaar overbodig lijkt me

Dubbelgangers II


klik op de foto voor een vergroting

maandag, juli 12, 2010

Het effect van wéér niet


Een topprestatie komt volgens mij vooral tot stand als het mentaal goed zit. Trainen heb je volop gedaan, de techniek heb je al geleerd. In de top zijn de marges gering. Of je nou hockeyer, schaatser, judoka of voetballer bent; de sleutel tot succes ligt vooral in je hoofd. Nog los van externe factoren, zoals verkeerde wisselinstructies, veranderend weer of arbitrale dwalingen. Dat geldt niet alleen bij de sport; de zangpedagoog hamert er bij zijn/haar pupil op vooral 'ontspannen' te blijven.

Het verlies in de finale gisteren is volgens mij vooral een mentaal verlies. Waar we allemaal, mijzelf niet uitgezonderd, ons steentje aan hebben bijgedragen. Nederland móest gisteren winnen, na de finales van 1974 en 1978 verloren te hebben. Nooit straalde het uit dat het de finale wílde winnen. Met een derde finaleverlies als self fulfilling prophecy. De angst voor een doelpunt tegen was groter dan de intrinsieke drang om er zélf één te maken. Waar Duitsland en Uruguay daar de dag ervoor juist wel uit spelvreugde en overtuiging handelden en een leuke 3-2 speelden (had ook 5-4 kunnen zijn). Het was wachten op een ingeving van Robben en verder nam niemand aanvallend initiatief. Dat is geen kritiek op de coach; met deze instelling had de winst zomaar kunnen vallen. Evenmin heeft het te maken met verdedigend spel of over 4-2-3-1 of zo. Het gaat om de overtuiging waarmee je speelt; het vertrouwen dat je uitstraalt en de vreugde die het je brengt. Spanje overtuigde daarin ook niet echt, al was het wel de betere ploeg. En als ik mijn punt had kunnen doorvoeren waren we wellicht al twee weken thuis geweest.

Nederland ontregelde Spanje, op het eerste kwartier na. Daar was vaak grof spel voor nodig, al moet ik zeggen dat Spanje niet veel er voor onder deed en zij hun slachtofferrol handiger speelden. Kritiek op de scheidsrechter is niet aan de orde, hij deed wat hij moest doen en paste dat consequent door. Zo'n eerste gele kaart voor Heitinga is gewoon dom, ga gewoon voor de bal en doe niet stoer door een tegenstander nog een extra schop te geven. Als je geen corner krijgt, draai je je om en zet je je weer schrap met zijn tienen. Op dat soort momenten onderscheid de gemiddelde speler zich als topper.

Eerlijk gezegd ben ik blij dat het WK is afgelopen. Te lang, te veel aandacht, te veel hype. Waar ik overigens volledig in mee ging. De gelegenheid maakt de dief. En nu weer 32 jaar wachten op de volgende kans; dan kijken we samen SMS-te ik mijn zoon. Aldus bijdragende aan de nieuwe collectieve obsessie: wereldkampioen moeten worden. Maar misschien moet we het zijn allen eerst willen en niet vooral meer bang zijn dat we het niet worden. Ik weet niet hoe ik me gevoeld zou hebben als ze het wel hadden gehaald. Ik zou het verkrampt hebben gevierd. Blij met de handrem erop. Alsof het feestje nog verstoord zou kunnen worden.

zaterdag, juli 10, 2010

Het hoofd, het hart en de wolken


Sinds afgelopen dinsdag woedt er bij mij een innerlijke strijd. Nu Nederland morgen de finale speelt tegen Spanje op het WK voetbal ben ik daar behoorlijk mee bezig. Terwijl het om sport gaat en er veel belangrijker zaken in het leven zijn. Wat zijn daar dan de redenen voor. Een poging om dit te ontrafelen.

Ten eerste is er de luxe om je hier druk over te maken. Zoals de Tour zich in de maand juli afspeelt en het een onderdeel van het ultieme vakantiegevoel is. Zo'n WK tijdens de komkommertijd heeft alle ruimte. Op het werk is het allemaal wat relaxter en de warme weken hier, met BBQ en bier maken ons sowieso losser.

En dan: we willen zo graag. De Nederlandse volksaard is dat we overal over klagen, maar uiteindelijk vinden we het allemaal wel fijn hier en moeten ze niet aan 'ons' komen. Zoals met je ouders: je hebt er wel kritiek, maar als anderen dat hebben spring je direct op de bres. Het voetbalelftal is de exponent van die verholen trots. Net als Sven Kramer, Ireen Wüst of Mark Tuitert massaal op ons enthousiasme kunnen rekenen. De volleyballers in 1996, Boogerd op weg naar La Plagne; het is niet alleen voetbal waar we de oranje bril voor opzetten. Zoals velen -zoals mijzelf- uiteindelijk ook wel het -op zich volstrekt zinloze- koningshuis een warm hart toedragen.

Maar het is niet alleen een collectief sentiment dat speelt bij mij. Ik ben toch echt met de prestatie op zich bezig. Het WK is het hoogst haalbare in het voetbal, zoals de Tour in het wielrennen en bij veel sporten de Olympische spelen. De extreem moeilijke opgave om de beste te worden maakt de beleving als dat dan ook lukt erg groot. Na een aantal jaren zelf een team te hebben gecoacht (op een heel ander niveau, maar toch) dat goed presteerde op belangrijke momenten, is mijn waardering voor Bert van Marwijk zeer groot. Het gaat op dit niveau om winnen en de manier waarop is eigenlijk ondergeschikt. En een oude wet is: zolang er gewonnen wordt is de sfeer goed. Ik vind de spelvreugde en teamgeest in dit Oranje zeer duidelijk aanwezig. Dat is mooi om te zien. Maar ook bij 'ons' geldt dat winnen als doping werkt. Het is de verdienste van Bert en zijn staf dat hij de condities heeft geschapen waarin het maximale resultaat gehaald kan worden.

Dinsdag werd aan de spelers gevraagd of het WK al geslaagd was. Een volstrekt overbodige vraag. Het WK is niet geslaagd, het WK is aan de gang. Na elke winstpartij is er even een plateautje waar je op kunt uitrusten, maar de weg gaat verder. Focus heet dat, maar is inmiddels als begrip beladen. Pas als je boven bent maak je de balans op. En dat kan uiteindelijk ertoe leiden dat een ander beter was. Zo fiets ik mijn cols en beleef ik deze dagen. En -wellicht projectie- zo doet Oranje dat ook. Tot morgen pakweg 23 uur ben je niet bezig met de uitkomst maar met het proces, dat een optimaal resultaat moet opleveren. Relativeren helpt niet. En dat je niet alles in de hand hebt hoort daar ook bij. Zoals ik ook geen invloed heb op de spelers en hun benadering. En toch denk ik dat mijn focus hun focus versterkt. Onzin, maar ook hier: relativeren is niet aan de orde.

Kortom: zo'n WK raakt velen aan wezenlijke zaken die hij of zij herkent. En daardoor gaat het hart met het hoofd aan de haal en loop ik nog zeker 48 met het hoofd in de wolken.

vrijdag, juli 09, 2010

De bal op de bebloede paal


Die ochtend, op de 25e juni 1978, had ik mijn H. Vormsel ontvangen. In de H. Christus Koningkerk in het Kleiwegkwartier van de Maasstad, vlak bij mijn geboortegrond. Als je opgroeit in een degelijk Rooms nest is dat logisch. Mijn vader lag met een gebroken knie al enkele weken op bed in de woonkamer en had het WK voetbal in Argentinië van A tot Z kunnen volgen. Bij het ontvangen van vormsel was hij niet aanwezig waardoor mijn moeder en mijn peettante mij begeleidden. Heel modern: twee vrouwen die een kind begeleidden. De vicaris (hulpbisschop) die de ceremonie verzorgde sloot de plechtigheid af met een welgemeend 'veel plezier vanavond'.

En we gingen daarmee over tot de orde van de dag. Die avond zou Nederland tegen Argentinië de WK-finale spelen. Net als vier jaar daarvoor. In 1974 was ik nog maar zeven jaar en zijn de herinneringen gefragementeerd, al is dat juichen van Der Bomber na die fatale 2-1 me altijd bijgebleven. Vier jaar later, als zesdeklaser op weg naar de middelbare school beleefde ik het veel intenser. Ik voetbalde inmiddels zelf en had dezelfde beleving en feitenkennis als mijn zoon, die nu dezelfde leeftijd heeft als ik destijds toen Nederland in 1978 de finale haalde. De wedstrijden in de voorronden waren afzichtelijk (op doelsaldo door naar de tweede fase), maar de 5-1 tegen Oostenrijk en een zwaarbevochten 2-2 tegen West-Duitsland openden de poorten naar de finale. De wedstrijd tegen Italië werd, na een 0-1 achterstand bij rust, met 2-1 gewonnen, een scoreverloop dat dat WK in veel wedstrijden voorkwam.

De sfeer in de finale was grimmig. Er hing een luchtje aan dat WK vanwege de militaire junta die daar de lakens uitdeelde, maar de sport stond voor mij toch voorop. Dat er in Argentinië fors bloed aan de paal zat besefte ik me pas veel later. Het gedoe met de bandage van René vd Kerkhof, de snippers op het veld en de herrie door de vuvuzela's-avant-la-lettre, staan mij nog heel helder bij. Nederland was een team zonder uitblinkers, maar een hecht collectief bestaande uit vooral PSV-ers. Anders dan dit jaar geen team met een Sneijder, Robben of een -ondanks alles- Van Persie. Meer Kuijtjes en Van Bommel-types. Goed: één uitzondering: Rob Rensenbrink. Die stak er wel bovenuit.

De wedstrijd eindigde in 1-1 in de reguliere speeltijd. De 'bal op de paal' van diezelfde Rensenbrink blijft hier hangen. Alsof we een millimeter van het kampioenschap verwijderd waren. Toch is hier sprake van mythevorming. Die bal was geen echte kans, maar een toevalsschot. Dat bijna nog erin was gegaan. De afloop is bekend; de druk werd te groot en de 3-1 nederlaag een feit. De Argentijnen die het verrassende Peru hadden omgekocht zullen ongetwijfeld gedrogeerd zijn geweest, maar achteraf is het ook maar beter voor het land geweest dat ze de titel haalden.

Zondag gaan we voor een nieuwe kans. Dit Oranje heeft de potentiële klasse van de '74-ploeg en de hechtheid/focus van de '78-ploeg. Wie weet is dat de ideale combinatie. De beste wedstrijd moet nog komen. Of het nu Duitsland was geweest of zoals nu Spanje is geworden; het maakt allemaal niks uit: finales staan op zich.

zaterdag, mei 08, 2010

Voor haar



Gisteren namen we afscheid van haar. Ooit mijn grote liefde en echtgenote, moeder van mijn kinderen en later een geweldige co-ouder en dappere vriendin. De strijd tegen haar ziekte heeft zij op indrukwekkende wijze gestreden. We zullen haar verschrikkelijk missen.

Gisteren werd in de herdenkingsdienst het prachtige 'No Frontiers' gespeeld. In de uitvoering van Mary Black. Kippenvel. Een prachtige tekst, maar ook een mooie herinnering. We bezochten ooit in 1998 een theaterprogramma van Lenette van Dongen waarin zij dit zong. Het is de hele dag in mijn hoofd gebleven. In datzelfde programma zong Lennette een ander schitterend nummer (Mwana wa mama) van Khadja Nin, een zangeres uit Burundi. Ik herbeleef het gelukkige moment en draag het op aan haar.

We mwana wa mama
Tunapata haya
Mbele ya mbele
Ya wandugu
Welie tume tu biya
Dju tume ru die
Ku-u wana tema wandugu

Tabubu lee utam waambiya ni nee
Damu ya wakumwe wangabulee

Watsja lieyaa usi waa tsjee vielee
Uwambiyee yee? Wambiyee intsji nieya sie
Yee wo-otu

Munguaguidjaliya
Mbele ya duniya tutapata namna wandu gu
Ata uki umiya djaribu teena dju fitiena
Haysayidi jee


Kind van mijn moeder
We voelen schaamte
Tegenover de wereld
We maakten grote fouten
We begonnen elkaar te doden
Wat kan Tabu vertellen?

Het is haar eigen bloed dat je vergoot
Huil niet meer
Laat het niet gebeuren
Vertel hun dat dit land
Aan ieder van ons toebehoort

Wanneer het Gods wil is
Tegenover de wereld
We zullen een uitweg vinden
Ook als je pijn hebt
Probeer opnieuw
Want haat leidt nergens heen
Wat kan Tabu vertellen?

Het is haar eigen bloed dat je vergoot

vrijdag, maart 05, 2010

WisselKant

Twee gebeurtenissen in de afgelopen week gaven aan hoe creatief en humoristisch 'we' met zijn allen zijn. We hebben nu ook nog eens Twitter om dat te kunnen uiten. De wisselfout van Sven Kramer en het aftreden van Agnes Kant waren goed voor honderden woordgrapjes, humoristische verwijzingen en spot (in milde vorm tot ronduit beledigend). Zelf heb ik me ook niet onbetuigd gelaten, vooral rond Sven Kramer. Wetende dat het niet persoonlijk bedoeld is, maar de gehele kontekst geraakt wordt, kan ik dat ook rechtvaardigen.

En toch: als je een teleurstelling krijgt te verwerken en men grapt daar zo massaal over, vind ik dat je niet kunt volstaan met een 'moet je maar tegenkunnen'. Natuurlijk: in de spotlights staan heeft zo zijn consequenties. In positieve zin zoals roem, waardering, invloed en een riant inkomen (vooral voor Sven; Agnes moet de helft afdragen aan de partijkas). Maar ook negatief. Vooral voor Agnes Kant geldt dat. Zelf vnd ik haar optreden in het algemeen overeenkomen met dat van een gefrusteerde, humorloze stresskip. Presentatie ging ten koste van de inhoud. Maar alle focus, juist op die presentatie mondde uit in een selfulling prophecy. Er werd op de vrouw gespeeld en de verkramping nam toe. Agnes werd gevangene van haar eigen beeldvorming en kon niet meer ontsnappen. Er was zelfs niet tegenop te twitteren. 'Niet geschikt voor het vak' zegt de nuchterling. Zeker, maar het vak vereist dus dat gedreven, betrokken mensen overal maar tegen moeten kunnen.

Wat dat betreft kan Agnes veel van Sven leren. Die wist zich uit de slachtofferrol te manouvreren, met een geweldige reactie op de missers (ook de teamachtervolging werd een sof). Door zijn teleurstelling te delen,en zijn verlies tegelijk te relativeren en te benoemen en vooruit te kijken bleef hij niet hangen in zijn gelijk of teleurstelling. Het klink wat pathetisch, maar hij werd daar voor mij eigenlijk een groter sportman dan wanneer hij driemaal goud had verworven. En die andere medailles komen ook nog wel. Voor Agnes zal het muntje ook wel de goede Kant op vallen :-)

maandag, november 30, 2009

Mensen van staal


Sjaak en zijn racefiets. Dat is iets speciaals. In 2002 was mijn echtscheiding een feit en in de boedelscheiding was heel nadrukkelijk een post vrijgehouden om van een snel vrijkomend spaarbedrag een racefiets te kopen. Mijn ex, zelf een aardig fietster, gunde mij dat. Begin 2003 was het zover en de aanschaf van de Gios stond ook zo'n beetje symbool voor mijn eigen wederopbouw. Ik weet nog goed dat ik de eerste tochtjes in Zuid-Limburg maakte in een heerlijk zonnetje, bij temperaturen die eerder bij mei dan bij februari -wat het toen toch echt was- hoorden. Een jaar later had ik het frame al weer ingeruild, want de fiets bleek snel te roesten en ik had al een keer een flinke schuiver gemaakt toen ik over een kat heenreed (die sprong pardoes voor mijn wiel). Daarna ging het verval minder snel, maar elk tikje, elke botsing bij het vervoeren of als een ander zijn fiets tegen de mijne plantte, was een lakschade. Herstellen was niet goed mogelijk en langzaam maar zeker verloederde het frame (zie foto). Fietsen ging wel goed, maar het oogde steeds minder fraai en omdat alles in de wereld psychologisch is nam de goesting om te fietsen steeds meer af. Sterker nog: als ik die fiets zag hangen begon ik me er steeds meer voor te schamen en werd er zelfs onrustig van.

Al een paar jaar speelde ik met de gedachte van overspuiten. Heel gebruikelijk, maar niet goedkoop (al gauw 300 euro en dan moet je nog de fiets eerst afmonteren en dan weer opbouwen). Deze dubbele drempel weerhield me van actie. Maar vorige week was ik het zat. Met de VdH had ik het al over de centen gehad ('we hebben toch allebei zakgeld') en nu moest het er maar van komen. Vorige week belde ik het bedrijfje in het Westland dat me door een kennis was aangeraden. Goede recenties en 'mijn' merk deden ze ook. Het gesprek begon goed; 'volgende maand is er een aanbieding en is het all-inn (dus inclusief het frame leeghalen en weer opbouwen) zo'n 150 euro goedkoper. we spreken het wel onder die condities af want anders houd ik je voor de gek'. Kijk, daar houdt Sjaak nu van. Deze maandag zou ik 'm brengen en daar nam ik graag een paar uur verlof voor op.

En rijden naar het Westland. Als het goed voelt speelt afstand geen rol. Sommigen overbruggen een paar keer per maand de afstand Brabant-Beieren voor de liefde. Voor je fiets rijd je zonder morren naar een industrieterrein in 's-Gravenzande. Net als ik onlangs 400 km onlangs in de auto zat om wat Pyreneeëncols te rijden. Voor wat een make-over van mijn raceijzer moet gaan worden.

De ontvangst was no-nonsense doch vriendelijk. Het werk ging door maar afwisselend werd ik door het echtpaar Sandra en Brady geholpen. Citaten als 'We doen het liefste staal, dat is het minste gedoe' en 'met zo'n frame gaat het niet goed met de moraal' braken het ijs meteen. Liefhebbers die een eer erin stellen die fietsen zo mooi mogelijk te maken. We namen vervolgens rustig de details van de aanstaande metamorfose door. Ik kreeg een korte uitleg van het proces en mocht voelen aan het zand waarmee de fiets gestraald wordt. De komende weken wachten we rustig af wat het oplevert, maar het voelt goed. Boordevol moraal reed ik naar huis.

vrijdag, november 27, 2009

Maarten magistraal


Wat een luxe. Twee keer dit jaar naar Maarten Roozendaal. Dik een half jaar geleden was het onvergetelijk in Den Bosch. In de nazit gaf Maarten van Roozendaal al aan dat hij snel een tournee met een band zou maken. Woensdag was het voor ons zover. We wachtten niet tot hij naar onze Domstad kwam maar we reisden naar het dynamische Gouda. De zaal was verrassend groot en we zaten mooi vooraan. Wat direct opviel: wat een 'oud' publiek. We waren toch echt bij de jongeren die daar kwamen en het vermoeden dat dit een concert in een serie was werd versterkt. En dat publiek werd getrakteerd op een stevige band, die als een geöliede machine speelde. Maar niet in routine verviel. Daar zorgde Maarten wel voor, hoewel hij niet echt contact met het publiek zocht. De messcherpe, bijtende kleinkunstenaar die we in Den Bosch zagen toonde zijn veelzijdigheid en overtuigde als rocker. Muziek waar je niet stil bij kon blijven zitten en zo'n keurige zaal is dan niet de setting voor zo'n concert. Net zoals we vorig jaar bij Tommy in Cool hadden.

Dat was het enige minpuntje. Alhoewel: het schitterende, emotionele 'Jij blijft bij mij' beleefde een uitvoering die mij net iets te glad was. Het deed me denken aan de verbouwing van het nummer 'Don't stand so close to me' van the Police. Voor de pauze speelde hij voor mij vooral onbekende nummers, maar na de pauze was het veel bekend werk, veel van Het Wilde Westen. Een heerlijk nummer was Marlon waarin een vroegoud jongetje wordt gezongen en de semi-rap Goon zou zomaar in de hitlijsten kunnen komen. Voor de toegift kwam het bijtende Red mij niet en daar was het nieuwe jasje bijzonder passend.

Geen nazit dit keer met de zanger. Goon tevreden naar huis.

maandag, november 02, 2009

Altijd de vrouwen IV


Vandaag twijfelt een van mijn favoriete columnisten, Bert Wagendorp, in de Volkskrant aan zijn man-zijn. En dan vooral het hoe. Hoe stel je je op ten opzichte van vrouwen? Macho, soft, metro? Wat is de norm? Hoe voldoe je daaraan? Aanleiding was ook een discussie bij Pauw en Witteman over de arbeidsparticipatie van vrouwen, waar nu weer een Taskforce voor schijnt te benoemd. There we go again! Het dwingt me deel IV te schrijven over dit thema (hier zijn de linkjes naar deel I, II en III).

Bert, ik herken je twijfels. De Twittergemeenschap (inclusief de nodige vrouwen) gaf je al het advies om jezelf te blijven en daar sluit ik bij aan. En daarnaast: je doet het als man niet gauw goed (genoeg). Als jij ervoor uitkomt dat je een vrouw een 'lekker ding' vindt is dat rolbevestigend en ben je de kwijlende viezerik. Maar als Robbie Williams zijn klokkenspel voor tienduizenden fans nog maar eens fijn opwrijft (wat toch vrij ranzig is zo in het openbaar) moet dat kunnen, want het is zo'n 'geil ding'. Wat verwacht men nu van ons, of is het echt persoonsgebonden. En de dubbele moraal die je vaak ten aanzien van zorgtaken ziet zodra je als man een beetje substantieel meedraait in een huishouden. Als je voor een hogere vrouwenparticipatie op de arbeidsmarkt bent, ontken je het recht dat vrouwen willen kunnen zorgen. Ben je er tegen, dan krijg je de Helenen Mees van deze wereld over je heen. En dat wil je niet (om maar eens een fout mannengrapje te maken). Zolang de discussie altijd teruggevoerd wordt op mannen-vrouwen zijn we als kerels kansloos. Zeker omdat het er niet toe doet wat wij mannen eigenlijk willen. En dus geen energie aan verspillen, hoe lastig dat ook is.

Ondertussen: koester de vrouwen die de discussie feminiseren noch masculiniseren. Die uitgaan van waar je behoeften, wensen en talenten liggen. Waar uitgegaan wordt van praktische haalbaarheid en respect voor elkaars identiteit. En die zichzelf zijn, soms heel mannelijk maar vooral ook heel vrouwelijk. Ze zijn er, ik woon met één in huis.

vrijdag, oktober 16, 2009

Drie sterren voor de Muur on Tour


Na de aankondiging van Bert Wagendorp op Twitter wist ik niet hoe snel ik moest reserveren voor de Muur on Tour. Ik was nog op tijd en getuige het feit dat er na 'onze' voorstelling er nog één werd verzorgd was de animo dus groot. Afgelopen zondag hadden de VdH en Sjaak de plaats van handeling, het knusse doch kneuterige theatertje Walhalla op Katendrecht in Rotterdam, al verkend. De vertolking van Brel, door iemand wiens naam ik al weer ben vergeten, wat hemeltergend genoeg om in de pauze de jassen te pakken en weer huiswaarts te gaan.

Dat vroegtijdige vertrek compenseerde ik gisteren door extreem vroeg aan te komen. Geheel in de traditie van mijn familie, die in deze wonderlijke wereldstad zijn wortels heeft. En volgens principes van Zen, genoot ik ook van de reis: de bouwput bij Rotterdam Centraal, het nieuwe metrostation dat nog niet af is, maar wel qua uitstraling kan concurreren met pakweg een stad als Madrid en de verschillende vergezichten vanaf Zuid op de skyline. Dertig jaar geleden hing Zuid er maar een beetje bij. Ahoy had je, Slinge was een eindpunt van metro's die niet het lef hadden door te rijden naar Hoogvliet en verder, we zongen met mijn vader's koor wel eens in de Larenkamp en je had de Kuip natuurlijk. Maar díe oversteeg toen al het imago van Zuid. Voetballen deden we ook nooit daar, pas toen ik als 17-jarige een jaartje in zaal voetbalde, kwam ik een keer op Zuid. En op Katendrecht kwam je al helemaal niet: hoeren, drugs en rock&roll (al wist een 13-jarige daar nog er weinig van)

Terzake: aangezien al mijn potentiële gezelschap (VdH, collegacoach Hugo, fietsvriend Willem) was verhinderd ging ik in mijn uppie. Na lang wachten voor de deur, zaten we dan eindelijk binnen. De 'crew' was groot en duidelijk werd dat men het niet voor het geld hier zat. Liefhebbers onder elkaar. Wilfried de Jong opende met zijn verhaal over de Ronde van Vlaanderen. 'De gedachte om me achter de batterij van de waardin van de kroeg te vleien, is aantrekkelijk' had ik wel gelezen in zijn bundel, maar heeft uit zijn mond meer kracht. Bij Wilfried de Jong denk ik altijd aan '176' het aantal keren hooghouden van de bal dat jarenlang als 'kamprecord' stond van onze voetbalclub SVDP.

Het interview van Mart Smeets met Michael Boogerd over de Tour van vorig jaar was aardig; je ziet dat Mart presenteren en interviewen kan en Michael een liefhebber. Die combinatie staat. Het liedje van Peter Ouwerkerk over wielernamen ('Belli, Elli, Lelli') was erg grappig en de mannen van Ocobar begeleidden hem liefdevol, want zingen kan hij totaal niet.

Ronald Giphart spreek ik af en toe op de voetbalclub waar onze zonen spelen. Ronald is ook Feyenoorder, maar maakt net zo makkelijk het uitstapje naar de fiets. Zijn wat nerveuze presentatie deed voor mij wat af aan het verhaal dat goed in elkaar stak en hij kreeg het meest van iedereen de lachers in het publiek op zijn hand.

In het petje op, petje af, lag ik er meteen uit. Abdu won de etappe in Armentières waar oa Jalabert viel en zijn kaak brak en niet Moncassin. Die plaats werd niet gevraagd helaas en eigenlijk wist ik het antwoord wel. De meeste andere vragen wist ik wel en in de slotvraag had ik kunnen scoren, want Eddy Merckx won 35 etappes in de Tour. De stapel boeken van Bert Wagendorp gingen aan mij voorbij. Sjaak en echte quizen zijn geen gelukkige combinatie; ooit ging ik op TV in 'Denktank' volledig voor gaas.

De liedjes van Alex Roeka zaten goed in elkaar maar ik ben toch meer een man voor de voordrachten. Die van John Schoorl, die op een trapje zowat naast me stond, waren origineel, vooral het verhaal van de bril van Jan Janssen. Maar de nestor van het gezelschap, Mart Smeets, verzorgde voor mij toch de fraaiste bijdrage. Die ochtend had hij een verhaal over VdB geschreven, de Belgische voormalige wielerheld Frank Vandenbroucke, die een dag ervoor in een hotel in Senegal was overleden. Het was een lang verhaal, maar hij hield mijn aandacht vast, hetgeen al die pastores in al die kerkdiensten waar ik als kind kwam nooit lukte. Mart werd gisteren nooit een dominee, maar een vakman die een genuanceerd beeld neerzette over een tragisch persoon. Zelf tweette ik: 'de dood van VdH: hoe een land dat hunkert naar een nieuwe Merkcx iemand de dood injaagt'. Want als je iemand als God neerzet, moet diegene wel betonnen voeten hebben om overeind te blijven. Smeets's verhaal had dezelfde strekking en hij gaf de Fransen die de dood van de VdH ('een pluisje op Marianne's kleed') gebruikten om hun dopingjacht kracht bij te zetten, nog eens een hun vet.

De Poolse Blues van Wilfried de Jong, met de mannen van Ocobar (die bassist doet me toch echt denken aan de ex van de VdH) was een passende, feestelijke uitsmijter. Er waren geen toegiften, het gezelschap moest een kwartier later al weer aan de bak. Ik had nog wel uren kunnen blijven, maar vloog desondanks naar huis. Wel nog even Bert Wagendorp een hand gegeven. Zelf trad hij niet op, maar hij lijkt me vast de motor achter dit soort events en van Bert genieten we meerdere malen in de week in de Volkskrant en regelmatig op Twitter.

Een geslaagde avond dus. Drie sterren. De Reis Waard

woensdag, september 09, 2009

Mister Marcel


Hij komt de trap op en loopt meteen door. Zijn dochtertje is te laat voor pianoles en mijn zoon zit al bij gitaar. Op de weg terug ziet hij me en begroet me hartelijk. Ik heb hem al tijden niet meer gezien, maar via mijn ex-vrouw weet ik wat er met hem aan de hand is. Nog geen veertig jaar, maar een ongeneeslijke vorm van kanker en 'opgegeven' zoals dat heet en niet om de feiten heen draait. Hij gaat naast me zitten en we beginnen te praten. Een 'hoe gaat het' is niet nodig, ik kijk hem aan en hij reageert met: 'je weet waarschijnlijk wel hoe het met me gaat'. Ik knik en hij vertelt. Hoe hij probeert zoveel mogelijk te genieten van de resterende tijd en er voor zijn kinderen te zijn. Hij is dankbaar voor de extra tijd die hem gegeven is, want zijn dood was al eerder verwacht. We hebben een warm gesprek over een ijskoud gegeven. We nemen afscheid zonder te weten of we elkaar nog zien.

Bijna twintig jaar terug. Marcel, zo heet hij, is met mijn toenmalige vriendin en een derde geograaf in Afrika. De mannen zijn een belangrijke steun voor haar; ze heeft het moeilijk in de afzondering daar waar de dichtstbijzijnde benzinepomp en telefoon 500 km over grotendeels zandwegen met gaten en kuilen is. Na een paar maanden ga ik op bezoek. De mannen ken ik, het zijn mijn studiegenoten en ik heb ze nog in werkgroepen college gegeven. Later zullen we nog regelmatig samen fietsen. Marcel doet bodemonderzoek en ik trek er op een dag met hem en zijn hulpje Keetile op uit. Hij laat mij op een moment achter met Keetile om een kuil verder af te graven. We verdelen het werk en het water dat we hebben meegenomen. Keetile heeft het steevast over Mister Marcel en vraagt me op een gegeven moment 'how much does Mister Marcel pay you?'. Dat ik me voor de lol en om gewoon Marcel te helpen in het zweet sta te werken gaat er bij hem niet in. Op dat moment komt 'Mister Marcel' er weer aan en schiet bovenstaande foto. Een moment dat ik niet vergeet, vooral omdat Keetile, nauwelijks zichtbaar in het 'zwart-witte' kijkt hoe ik sta te graven. 'De nieuwe wereldorde' wordt het later door het drietal genoemd.

Gisteren kwam een SMSje, van de toenmalige vriendin en inmiddels ex-vrouw. 'Marcel is overleden'. Het was duidelijk dat de laatste weken heel zwaar waren en dus het dubbele gevoel van opluchting en verdriet tegelijk. Zijn kist zal door zijn maatje uit Botswana in een bakfiets vervoerd worden. Zelf rijd ik in de Alpen en ben ik er niet fysiek bij. Mister Marcel zal met míj meefietsen.

maandag, augustus 24, 2009

Sign 'O' The Times


Het nummer van Prince kwam meteen in me op bij het zien van de beelden van 'Hoek van Holland'. Misselijk makend is de agressieve sfeer die van de verschillende filmpjes afstraalt. Uiteindelijk valt er een dode en is onduidelijk wie nu op wie heeft geschoten. Na de steekincidenten in Amsterdam en Naarden en het vandalisme bij het station in Hilversum wederom een blijk dat we in ons landje het elkaar niet altijd even prettig maken. Een teken van deze tijd?

Niet echt. Agressie van alle tijden en komt in vele vormen terug. Er zijn altijd mensen die het plezier van anderen graag vergallen. Dat hoeft niet per sé met messen, ijzeren staven en vuurwapens; ook degenen die spammailings versturen of de sexaccounts op Twitter zijn daar tekenen van. Het oogt wat subtieler maar het onderliggende principe is gelijk. We verstieren graag iets wat anderen plezier bezorgt om er zelf beter van te worden. Het zit diep in de mensheid vrees ik. Waar het egocentrische spel van negen jaar oude voetballertjes tijdens de voetbaldagen nog aan de kant van 'goed voor jezelf zorgen' staat is het een dun lijntje naar zelfzuchtig gedrag dat ten koste van de ander gaat. En balanceren we daar allemaal wel op, in meerdere of mindere mate. Bewust of onbewust. De mate van beschaving, die we in ons hebben of hebben verworven, bepaalt hoe die balans doorslaat en welk gedrag we vertonen.

Wat me nog meer verbaast en wellicht verontrust -daar ben ik nog niet over uit- is hoe we hier mee omgaan. Een dag na de incidenten in Hoek van Holland staat YouTube vol met filmpjes daarvan. Die jongen die uit zijn dak gaat en een aantal fietsen in elkaar ramt wordt gesnapt via een videodump op GeenStijl. We registreren steeds meer en lijken niet meer te participeren. Niemand grijpt in; tegelijk grijpen velen naar de camera. Dezelfde camera die ons in metro's, supermarkten, pleinen en tunnels een veilig gevoel moeten geven. Sign 'o' the times, beslist.

Let wel: ik registreer en oordeel slechts licht. Vroeger was het echt niet beter. Door dat filmpje werd die fietsvandaal wél aangehouden. Degenen die op het strand stond te filmen had ook een ram voor zijn/haar kop kunnen krijgen. We leggen ons leven bloot op Twitter, Hyves, Facebook, blogs en LinkedIn (vooruit). En als we het zelf niet doen, doet de overheid en het bedrijfsleven het wel. Privacy bestaat alleen nog maar in wetboeken en artikelen van juristen. Tegelijk leven we in alle openbaarheid zo anoniem als maar kan. Een echt teken des tijds.

dinsdag, augustus 04, 2009

Veldbezetting


Tijdens mijn cursus juniorenvoetbaltrainer had ik in een pauze een gesprek met de KNVB-docent. We keken in de kantine van VV Houten, waar de cursus werd gegeven, naar een wedstrijd op een groot scherm en de docent en ik kwamen over opstellingen te praten. 4-4-2, 4-3-3, 4-2-3-1, van dat soort dingen. Abacadabra voor de leek en in feite niet meer dan zinloos materiaal voor avondvullende programma's bij de diverse programma's over voetbal.

De docent begon me te ondervragen, volgens de door hem vertrouwde 'open vragen'-aanpak. Wat is het belang van de opstelling? ??? Laat ik het anders formuleren: waar gaat het eigenlijk om in het voetbal? ??? Ik dacht: het gaat er om hoe je speelt, maar wist de juiste woorden niet te vinden en bleef een beetje staan hakkelen (komt overigens zelden voor bij Sjaak). 'Het gaat om de veldbezetting'. Juist, dát woord zocht ik. Die cijfers zijn maar een begin. Het gaat erom hoe de spelers staan opgesteld in de diverse spelsituaties en hoe ze daarover communiceren en op anticiperen.

Ik moest de afgelopen tijd regelmatig nadenken over dit gesprek. In mijn werk heb ik diverse reorganisaties geleid en ook ondergaan. Veel discussies in organisaties gaan over het 'organogram', het harkje van de organisatie. Sjaak schreef ooit over de tuinmannen die organisaties het liefst netjes in formele structuren aanharken, zonder te kijken naar de meer zachte kant van het verhaal. Hoe gaat men met elkaar om, hoe communiceren de mensen, welk gedrag is gewenst, kan men elkaar aanspreken dan wel complimenteren dan wel iets gunnen al naar gelang de situatie dat vergt. Natuurlijk moet iedereen zijn positie in het elftal weten en kaders meekrijgen waarbinnen zij/hij opereert. De kunst is om vervolgens de spelers zelf zo ver te krijgen dat ze zelf oplossingen zoeken binnen die kaders en als buiten die kaders getreden moet worden ze nadenken over een oplossing. In het schaakspel gaat het eigenlijk alleen maar daarom: de opstelling staat vast voor beide kanten en hoe ga je spelen. Het spel en de knikkers lopen door elkaar heen, zoals ooit zo mooi is verfilmd.

De VdH zit midden in een reorganisatie en daar speelt dit alles in onverdunde vorm. Het gaat daar uitsluitend om 4-3-3 of 4-2-2 en niet om de veldbezetting. Welk poppetje komt op welke plek? En niet over wat we verwachten als resultaat en de manier we waarop dat kunnen bereiken. Hoe zorgen we dat iedereen een rol speelt en zich kan ontwikkelen. Ook in mijn eigen werk gaat dit vroeg of laat weer spelen. Ik raak steeds meer overtuigd dat het managen van een afdeling eigenlijk niet verschilt van het coachen van een voetbalteam.

Binnenkort start een nieuw voetbalseizoen; ik zie er naar uit. Leergierige meiden van 15 jaar die lekker fanatiek met hun sport bezig zijn en vorig seizoen een enorme progressie gemaakt hebben. Qua voetbal, maar vooral op het vlak van teamgeest en de goede sfeer. En unaniem aan het eind van het seizoen mijn medecoach en mij spontaan en uitgebreid bedankten voor het mooie seizoen. Dat was ontroerend en iets om trots op te zijn. We gaan op de ingeslagen weg verder en ik zal de komende tijd zeer alert zijn op de les van de veldbezetting.