De bal op de bebloede paal

Die ochtend, op de 25e juni 1978, had ik mijn H. Vormsel ontvangen. In de H. Christus Koningkerk in het Kleiwegkwartier van de Maasstad, vlak bij mijn geboortegrond. Als je opgroeit in een degelijk Rooms nest is dat logisch. Mijn vader lag met een gebroken knie al enkele weken op bed in de woonkamer en had het WK voetbal in Argentinië van A tot Z kunnen volgen. Bij het ontvangen van vormsel was hij niet aanwezig waardoor mijn moeder en mijn peettante mij begeleidden. Heel modern: twee vrouwen die een kind begeleidden. De vicaris (hulpbisschop) die de ceremonie verzorgde sloot de plechtigheid af met een welgemeend 'veel plezier vanavond'.
En we gingen daarmee over tot de orde van de dag. Die avond zou Nederland tegen Argentinië de WK-finale spelen. Net als vier jaar daarvoor. In 1974 was ik nog maar zeven jaar en zijn de herinneringen gefragementeerd, al is dat juichen van Der Bomber na die fatale 2-1 me altijd bijgebleven. Vier jaar later, als zesdeklaser op weg naar de middelbare school beleefde ik het veel intenser. Ik voetbalde inmiddels zelf en had dezelfde beleving en feitenkennis als mijn zoon, die nu dezelfde leeftijd heeft als ik destijds toen Nederland in 1978 de finale haalde. De wedstrijden in de voorronden waren afzichtelijk (op doelsaldo door naar de tweede fase), maar de 5-1 tegen Oostenrijk en een zwaarbevochten 2-2 tegen West-Duitsland openden de poorten naar de finale. De wedstrijd tegen Italië werd, na een 0-1 achterstand bij rust, met 2-1 gewonnen, een scoreverloop dat dat WK in veel wedstrijden voorkwam.
De sfeer in de finale was grimmig. Er hing een luchtje aan dat WK vanwege de militaire junta die daar de lakens uitdeelde, maar de sport stond voor mij toch voorop. Dat er in Argentinië fors bloed aan de paal zat besefte ik me pas veel later. Het gedoe met de bandage van René vd Kerkhof, de snippers op het veld en de herrie door de vuvuzela's-avant-la-lettre, staan mij nog heel helder bij. Nederland was een team zonder uitblinkers, maar een hecht collectief bestaande uit vooral PSV-ers. Anders dan dit jaar geen team met een Sneijder, Robben of een -ondanks alles- Van Persie. Meer Kuijtjes en Van Bommel-types. Goed: één uitzondering: Rob Rensenbrink. Die stak er wel bovenuit.
De wedstrijd eindigde in 1-1 in de reguliere speeltijd. De 'bal op de paal' van diezelfde Rensenbrink blijft hier hangen. Alsof we een millimeter van het kampioenschap verwijderd waren. Toch is hier sprake van mythevorming. Die bal was geen echte kans, maar een toevalsschot. Dat bijna nog erin was gegaan. De afloop is bekend; de druk werd te groot en de 3-1 nederlaag een feit. De Argentijnen die het verrassende Peru hadden omgekocht zullen ongetwijfeld gedrogeerd zijn geweest, maar achteraf is het ook maar beter voor het land geweest dat ze de titel haalden.
Zondag gaan we voor een nieuwe kans. Dit Oranje heeft de potentiële klasse van de '74-ploeg en de hechtheid/focus van de '78-ploeg. Wie weet is dat de ideale combinatie. De beste wedstrijd moet nog komen. Of het nu Duitsland was geweest of zoals nu Spanje is geworden; het maakt allemaal niks uit: finales staan op zich.









