Vakantieangst

Sjaak was als kind niet echt dapper uitgevallen. Tijdens vakanties, en dan vooral in wespenmaand augustus, waren er twee zaken die hem van slag konden brengen: wespen en onweer. De angst voor steken of inslagen, de angels en stroom dus, kon veel plezier verzieken. Tijdens onweer wenste de Sjaak-in-wording doof en blind te zijn en wespen hielden hem van terrassen, de tuin, buiten spelen en een rustige maaltijd af. Dezelfde focus zie ik bij mijn kinderen, vooral zoonlief kopieert zijn vader. Als volwassene heb je de taak om geruststellende uitspraken te doen hierover. Wespen vallen je niet zomaar aan, dus laat ze vooral met rust en maak ze niet kwaad. Bliksem is vooral mooi. Het slaat wel in, maar zoekt het hoogste punt en dat zijn wij niet. En Sjaak heeft twee keer (in Limburg en Zimbabwe) op minder dan 50 meter afstand bliksem zien (en vooral horen) inslaan en dat is ook goed afgelopen. Kortom: het leed is -zoals zo vaak- vooral gelegen in het vrezen en niet in de ervaring zelf.
Sinds twee gebeurtenissen van deze week wankelt het vertrouwen van Sjaak. De wespenaanval op hardlopers en de blikseminslag tijdens een begrafenis die twee doden veroorzaakt (o ironie), hebben toch aan het denken gezet. Hoe veilig zijn we eigenlijk, want het kán dus echt fout gaan. Wegredeneren, denken dat het toch al niet vaak gebeurt en de kans dus nóg kleiner wordt. Zoals Garp in zijn film doet als een vliegtuig op het huis dat hij wil gaan kopen neerstort en hij om die reden het huis koopt, omdat het niet waarschijnlijk is dat dit zich zal herhalen. Een scène die niet in het boek voorkomt trouwens en die ook niets zegt omdat het allemaal om waarschijnlijkheid en kansen gaat en niet over de feitelijke situatie. Maar ja een lot met nummer 123456789 wil nu eenmaal niemand hebben want dat zal nooit het winnende nummer zijn. En dus is de emotie die de bliksem en wespen veroorzaken terecht. Wie weet zijn de volgende keer de wespen wel het hoogste punt, dat scheelt weer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten