zaterdag, oktober 20, 2012

Berlijnse ervaringen


Precies 25 jaar geleden was ik voor het eerst in Berlijn. Het was de tijd van de Koude Oorlog al begon die wel al af te nemen. Het aantreden van Gorbatsjov in de USSR gaf hoop op toenadering tussen Oost en West. Berlijn was toen het stolpunt van een -nu nog nauwelijks meer voor te stellen- ideologische, economische en politieke scheiding in Europa. Als derdejaars geografiestudent was er natuurlijk genoeg te zien in Berlijn. We bleven er dan ook een week en kregen er nog studiepunten ook voor.

In de vrije tijd, die we toch ruim kregen, stapte ik vaak in de U- en S-Bahn. Voor mij is dat een ideale manier om vertrouwd te raken met een stad. Af en toe ergens uitstappen, in de omgeving kijken of langs de bovengrondse trajecten de stad voorbij zien schieten. In Berlijn had dit wel een heel speciaal karakter. Het station Friedrichstraße lag in Oost. Maar was een knooppunt voor West. Het was ook een grensovergang, maar tevens een overstapstation voor de Westelijke metrotreinen (zie kaartje). Nergens had de Muur een onwezenlijker en daardoor grimmiger karakter voor mij. Midden in het station was een muur opgetrokken. Achter beide kanten lagen verschillende werelden. En bizar was het dat ik gewoon voor 25 DM een dag naar de overkant kon en de mensen dáár nooit naar ons. Je reed langs dichtgemetselde stations en verpauperde stadsdelen. Als je westwaarts ging kwam je bij Zoologischer Garten (bekend van Nina Hagen en Christiane F.). De "Kühdamm" en het KaDeWe als pronkstukken van het kapitalisme.


Vorige week ging ik met mijn zoon weer naar Berlijn. Voor het eerst na de val van de Muur. De Duitse Eenwording en het in ere stellen van Berlijn als hoofdstad gaf me destijds dubbele gevoelens. Een Sterk Duitsland, dat was historisch beladen. En om te zeggen dat het Westen louter zegeningen kende? Het was natuurlijk een annexatie van de voormalige DDR.

In de afgelopen 25 jaar is er veel veranderd. Duitsland is de grote pleitbezorger en financier van een Verenigd Europa gebleken. Een land dat zich bewust is van haar verleden, terughoudendheid aan daadkracht koppelt. Dit jaar was ik drie keer in Duitsland en elke keer heb ik me welkom gevoeld. Berlijn is een drukbezochte stad maar de sfeer is ontspannen. Het verschil tussen Oost en West is op het eerste gezicht verdampt. Het Oosten is het centrum geworden, maar heeft de sfeer van het Westen gekregen.



En toch: op het voormalige Checkpoint Charlie sta je midden in en op geschiedenis. Bij mijn veertienjarige zoon, die zachtgezegd matig geïnteresseerd is in geschiedenis [niet alles is erfelijk], kwam ook voor hem de bizarre historie tot leven. Waar ooit tanks reden en demonstranten stonden, kon hij nu vrij fotograferen en rondlopen. De infomatieborden langs de weg gaven een mooi, chronologisch beeld van de gebeurtenissen van de laatste 60 jaar. Het was een mooi moment samen; ik kon hem mijn eigen ervaringen meegeven en tegelijk ervoeren we de realiteit van nu. En dat is dat dit punt ook een toeristische must is geworden waar hordes zich op de foto laten zetten met fake-grenswachten.



Het huidige Berlijn laat zich ook goed vergelijken met het verleden als je de U- en S-bahnlijnen van nu ziet (zie kaart). Veel oude lijnen zijn in ere hersteld; dichtgemetselde stations weer open en ook hier is het verschil Oost-West niet meer voelbaar. Je kunt nu wéken in de metro zitten als je alles wilt hebben 'gedaan'


En over die Duitse mentaliteit nog iets. We gingen naar de wedstrijd Duitsland - Zweden, in het gerenoveerde Olympisch Stadion Duitsland speelde een uur de sterren van de hemel met prachtig, frivool combinatievoetbal; bijna Nederlands zou de chauvinist zeggen. En liep uit naar 4-0.  In het laatste half uur verspeelde die Mannschaft deze voorsprong, met een gelijkmaker in de blessuretijd. Dat zou een Duitse ploeg niet zijn overkomen denk je dan. Het toon maar aan dat er een hoop is veranderd in een kwart eeuw. 


woensdag, februari 29, 2012

Een heel eind


Jarenlang leidden Hugo en ik een meisjesteam. Als betrokken voetbalvader rolde je daar eigenlijk vanzelf in. Hugo wat eerder dan ik, althans bij dit team. Tien, elf jaar waren de meisjes en ze speelden nog op een half veld. Ze maakten de overstap naar een heel veld en het team ging het steeds beter doen. Er was een harde kern van zo'n tien speelsters die al die jaren bij elkaar bleven. Daaromheen kwamen en gingen andere speelsters. We gingen twee keer per week trainen, werden fanatieker en behoorden bij de betere teams van het district West I (Noord-Holland en Utrecht). In de beker werden legendarische duels gespeeld en drie jaar op rij de halve finale gehaald. En in mei vorig jaar was dan de kroon op alles: kampioen in de Hoofdklasse.

En in die jaren zie de meiden groeien. De eerste keer tijdens de jaarlijkse uitstap naar Winterswijk bleef iedereen nog keurig op de camping. Vorig jaar werden disco's afgestruind en werd gewerkt aan een kater die de volgende dag eerst weggewerkt moest worden. Om vervolgens voor de derde keer op rij daar dan de Cup te winnen. Want zo waren ze ook wel weer. Van bruggers via puberende bankhangers naar jonge volwassen vrouwen. Beugels zijn uit een ver verleden, sommigen hebben geen vriendjes meer, maar al een serieuze relatie. Slimme meiden, waar je een volwaardig gesprek mee hebt en die je niet als bemoeizuchtige ouder zien.

Eergisteren werd er een wedstrijd gespeeld door het Damesbeloftenteam van onze club (zie foto). Speelsters onder 21 speelden tegen een dames studententeam uit Utrecht. Zeven van 'onze' meiden speelden daarin mee. Bij de Dames! Hugo en ik hebben inmiddels het team al lang aan anderen overgedragen, maar dit wilden we niet missen. Hugo was grensrechter; ik stond in het veld als scheids.

Voor de start keek Hugo me aan en zei: 'we've come a long way' Inderdaad: zijn dochter gaat in Noorwegen een jaar studeren, onze schreef zich vandaag in op de Technische Universiteit. Voetballen doen ze allemaal nog en dat blijven ze hopelijk ook doen, waar ze ook ter wereld zijn. En inderdaad: we zijn een heel eind gekomen.

maandag, december 20, 2010

Bijzondere bruggen (2): Viaduc de Millau


Strikt genomen is het geen brug, maar een viaduct. En zo heet het ook. Viaduc de Millau en één van de meest indrukwekkende bouwwerken die ik in het echt heb gezien. Lekker gemaakt door 'Extreme engineering' documentaires op zenders als Discovery Channel, was het in 2007 zo ver. We waren op vakantie in de Aveyron en hadden de 80 km rijden er graag voor over. Vlak voor de brug parkeerden we en maakten we volop foto's van het viaduct. Tijdens ons ritje over de brug werd er door de VdH gefilmd, maar viel het uitzicht naar beneden nogal tegen, want je had het nauwelijks. Pas toen we via een fikse omweg bij de voet van de brug aan de overs van de Tarn kwamen -waar het bezoekerscentrum gevestigd is- kreeg je een idee van hoe groot en hoog dit bouwwerk is. Imposant.

Het Viaduc de Millau brak een aantal records (hoger dan de Eiffeltoren bijv.)en dat streelde de Franse trots natuurlijk. De overspanning van het Tarndal was een uitdaging, maar levert wel een hoop gemak op. De A75 loopt nu -zij het met een lichte omweg- lekker door en de afdaling/klim naar/uit het stadje Millau die hiermee overbodig is geworden, scheelt al gauw een uur reistijd. Zeker in de zomer als er veel verkeer is en je ziet de kruipende caravans met ongeduldigde volgers en overhitte motoren al langs de weg staan.

donderdag, december 16, 2010

Bijzondere bruggen: Van Brienenoordbrug


Hoog, fier en imposant ligt de Van Brienenoordbrug over de Nieuwe Maas aan de oostflank van Rotterdam.Het indrukwekkende is wederzijds: vanaf de brug heb je een geweldig uitzicht over de stad. Elke keer als ik over de A16 rijd, wat helaas niet zo heel vaak meer is in vergelijking met mijn kinderjaren, geniet ik weer en gaat mijn hart weer open. Al die lichtjes, gebouwen en het lint van de rivier die Rotterdam zo kenmerkt.

Mijn band met de Brienenoordbrug gaat heel diep. Als tiener ontluikte mijn liefde voor de racefiets en met name voor het klimwerk. Alleen: in de polder en veengebieden is het reliëf ongeveer nihil. Wind, regen, stoplichten en verkeersdrempels: dat zijn je hindernissen. Geen mooie hellingen waar je fors terugmoet met je verzet. Daarom is de Brug de positieve uitzondering en staat deze in de regio Rotterdam op letterlijk eenzame hoogte. Vaak reed ik met mijn broer en buurjongen 's avonds nog een rondje en deden we een tijdrit op de 'Col du Brinenord'. Dat was nog voor de reconstructie, waarbij er in 1989 gewoon een tweede brug werd bijgeplaatst. Je reed dan eerst omhoog aan de westzijde, daalde en via het knooppunt IJsselmonde klom je dan aan de langere oostzijde weer terug. Via een ingewikkelde lus kwam je dan weer bij je vertrekpunt en als je het goed deed was dat in minder dan tien minuten gepiept. Dat kan niet meer en sinds die tijd heb ik nog maar één keer over de brug gefietst tijdens een eigen rondje. In 2004 en 2005 reed ik op het NK-wielrennenparcours en reed ik de brug in een wedstrijdvorm. Ik vloog er toen overheen, waarschijnlijk vol van trots en moraal.

Het is niet alleen jubel met deze Brug. Ik heb er ook echte nachtmerries van gehad. Vaak droomde ik dat ik van de brug geblazen werd of dat ik over die kenmerkende bogen ging lopen en dan viel. Of dat ik 'voor de lol' er vanaf dook en 30 meter lager ten val kwam. En als ik de brug op televisie zag raakte ik in paniek; wat ik ook had als ik andere bekende plekken in mijn geboortestad op TV zag. [deze tic is nu wel over; ik kan probleemloos naar de Dom kijken op het scherm]. En wie weet zich nog de filemeldingen te herinneren voor de verbreding. Een vaste plek in de top 3 van de files was een ABC-tje. Dat is nu voorbij, de knelpunten doen zich elders voor.

Bij mijn zoektocht vond ik een prachtig plaatje van de bouw van de brug begin jaren '60. Dat wil niet voorbij laten gaan. Onlangs werd bekend dat de Van Brienenoordbrug in een dermate slechts staat verkeert dat deze eigenlijk over tien jaar vervangen moet worden, dan zal het beeld wel anders zijn.



Inmiddels wordt op Twitter gestreden om de Brug. Wie komt er het vaakst. Het mechanisme om dat te checken is de toepassing Gowalla. Ik doe er niet aan mee; ik strijd niet meer om de Brug. Ik heb hem al zo vaak bedwongen en de Brug mij. We zijn de strijd voorbij.

Dit is een eerste blog in een korte serie Bijzondere bruggen

zaterdag, oktober 30, 2010

Tengels


Blijf er dan met je tengels van af. Dat was mijn (boze) reactie toen de film Briefgeheim zich naar het einde bewoog. Na Oorlogswinter, Brief voor de Koning en Kruistocht in Spijkerbroek een verfilming van één van mijn favoriete kinderboeken. Waar al deze films op een aanvaardbare manier afweken van de verhaallijn (bij Kruistocht was het op het randje), gaan de makers hier helemaal van het pad af. En waarom?

*spoiler*
Wat is er mis met het originele verhaal van Jan Terlouw? Het begint al met de setting van de film. Hoofdpersoon Eva woont op een werf, boezemvrienden Thomas en Jackie naast haar in een hotel aan wat ik als Vinkeveense Plassen heb begrepen. Het rijtjeshuis met de heg uit het boek was niet spectaculair genoeg. En dan gaat het meteen verder fout. Dat je mobieltjes, Ipods en andere moderniteiten ten opzichte van de jaren '70 inpast in zo'n verhaal is logisch en zelfs wel aardig. Maar de manier waarop Eva de brief vindt, de gang van zaken tijdens de verdwijning, het karakter van de 'foute' partij, had gewoon volgens de lijn van het boek kunnen worden uitgewerkt. De apotheose van het boek wordt volledig genegeerd. En sinds het ik boek voor het eerste las heeft het plaatsje Vierhouten een ongekende aantrekkingskracht. Nunspeet kan ik nooit loszien van een stenengooiende Thomas. Majoor Brandsma is geen sukkelige spion, maar er is een criminele organisatie die wordt geleid door dezelfde schurk die in Penoza speelt. Fail, fail, fail. Tot de pauze hoop je dat het dan goed komt en de belangrijke elementen in het boek, zoals juffrouw Tijnsma, de gooicapaciteiten van Thomas en het schoolkamp in Vierhouten, nog terugkomen.

Niets is minder waar. Waar in het begin sommige zaken nog wel kloppen, zoals het verdachtmaken van Eva's vader en de ruzies tussen haar ouders, gaat het verhaal op het einde totaal op de helling. Dat Jan Terlouw hiermee heeft ingestemd, zoals blijkt uit het voorwoord van de 'filmeditie' van het boek. Onbegrijpelijk. Zwaar teleurgesteld zakte ik weg in mijn stoel, terwijl de twee spruiten aan weerszijden het verhaal aandachtig volgden. Ze vonden het een leuke film en best spannend. Ik verborg mijn teleurstelling enigszins, wetende dat ze het boek nog kunnen gaan lezen. Misschien zijn zij dan wel teleurgesteld, omdat het helemaal niet op de film leek..

Er is in 1983 een TV-serie gemaakt die volgens mij veel meer het verhaal volgt en waar Leontine Ruiters (Borsato) Eva speelt. Kijken of die nog op te sporen is. [reeds gedaan]

maandag, augustus 16, 2010

Circle of life


Halverwege jaren '70. Achterop de Batavus-brommer van mijn vader rijden we over de Van Brienenoordbrug naar IJsselmonde. In het Huize St Antonis verblijven mijn grootouders. Ze zijn niet meer in staat om voor zichzelf te zorgen en hebben hun mooie jaren '30-twee-onder-een-kap in Schiebroek verlaten. We gaan bij ze op bezoek en ik ben angstig; de sfeer van het verzorgingshuis is niet direct prettig te noemen voor een amper tienjarig ventje. Veel contact met mijn opa en oma heb ik niet. Mijn opa is een autoritaire man die afstand houdt, al maak ik indruk op hem met mijn interesse voor de geografie. Ik zal later zijn fraaie globe en papieren, losbladige atlas erven. Mijn oma heeft een paar beroertes gehad en is moeilijk te verstaan. Het is de generatie die nog niet in staat is om volwaardig met kleinkinderen te communiceren. Mijn oma zal langer leven dan mijn opa, maar ook niet heel lang.

Vandaag, vijfendertig jaar later ga ik met mijn kinderen op bezoek bij mijn vader, die revalideert van een heupoperatie. We treffen hem, lezend in een boek, in een rolstoel in de binnentuin van het moderne, ietwat kille, maar acceptabele revalidatiecentrum in Capelle ad IJssel. Even waan ik me terug; aan de hand van dezelfde man die nu in de rolstoel zit. Tussen wat ik oude mensen noem, maar waar hij zelf inmiddels als bijna 80-jarige, ook toe behoort. De verschillen met vroeger zijn duidelijk. Mijn vader is hier om te revalideren en gaat uiteindelijk gewoon weer zelf lopend naar huis. En mijn vader is blij zijn kleinkinderen te zien en is -ondanks zijn geringe hoorvermogen- in staat gesprekjes aan te gaan. Hij wordt even later in de buitentuin rondgereden door de kinderen en we praten samen over zijn situatie. Als mijn moeder aankomt lunchen we in het bedrijfsrestaurant. Na dik anderhalf uur is hij moe en gaat hij liggen om te rusten. Wij taaien af en zwaaien hem gedag.

Het is een moment dat dat duidelijk wordt dat je volledig een generatie bent opgeschoven bent.

zaterdag, juli 24, 2010

Dubbelgangers



Commentaar overbodig lijkt me

Dubbelgangers II


klik op de foto voor een vergroting

maandag, juli 12, 2010

Het effect van wéér niet


Een topprestatie komt volgens mij vooral tot stand als het mentaal goed zit. Trainen heb je volop gedaan, de techniek heb je al geleerd. In de top zijn de marges gering. Of je nou hockeyer, schaatser, judoka of voetballer bent; de sleutel tot succes ligt vooral in je hoofd. Nog los van externe factoren, zoals verkeerde wisselinstructies, veranderend weer of arbitrale dwalingen. Dat geldt niet alleen bij de sport; de zangpedagoog hamert er bij zijn/haar pupil op vooral 'ontspannen' te blijven.

Het verlies in de finale gisteren is volgens mij vooral een mentaal verlies. Waar we allemaal, mijzelf niet uitgezonderd, ons steentje aan hebben bijgedragen. Nederland móest gisteren winnen, na de finales van 1974 en 1978 verloren te hebben. Nooit straalde het uit dat het de finale wílde winnen. Met een derde finaleverlies als self fulfilling prophecy. De angst voor een doelpunt tegen was groter dan de intrinsieke drang om er zélf één te maken. Waar Duitsland en Uruguay daar de dag ervoor juist wel uit spelvreugde en overtuiging handelden en een leuke 3-2 speelden (had ook 5-4 kunnen zijn). Het was wachten op een ingeving van Robben en verder nam niemand aanvallend initiatief. Dat is geen kritiek op de coach; met deze instelling had de winst zomaar kunnen vallen. Evenmin heeft het te maken met verdedigend spel of over 4-2-3-1 of zo. Het gaat om de overtuiging waarmee je speelt; het vertrouwen dat je uitstraalt en de vreugde die het je brengt. Spanje overtuigde daarin ook niet echt, al was het wel de betere ploeg. En als ik mijn punt had kunnen doorvoeren waren we wellicht al twee weken thuis geweest.

Nederland ontregelde Spanje, op het eerste kwartier na. Daar was vaak grof spel voor nodig, al moet ik zeggen dat Spanje niet veel er voor onder deed en zij hun slachtofferrol handiger speelden. Kritiek op de scheidsrechter is niet aan de orde, hij deed wat hij moest doen en paste dat consequent door. Zo'n eerste gele kaart voor Heitinga is gewoon dom, ga gewoon voor de bal en doe niet stoer door een tegenstander nog een extra schop te geven. Als je geen corner krijgt, draai je je om en zet je je weer schrap met zijn tienen. Op dat soort momenten onderscheid de gemiddelde speler zich als topper.

Eerlijk gezegd ben ik blij dat het WK is afgelopen. Te lang, te veel aandacht, te veel hype. Waar ik overigens volledig in mee ging. De gelegenheid maakt de dief. En nu weer 32 jaar wachten op de volgende kans; dan kijken we samen SMS-te ik mijn zoon. Aldus bijdragende aan de nieuwe collectieve obsessie: wereldkampioen moeten worden. Maar misschien moet we het zijn allen eerst willen en niet vooral meer bang zijn dat we het niet worden. Ik weet niet hoe ik me gevoeld zou hebben als ze het wel hadden gehaald. Ik zou het verkrampt hebben gevierd. Blij met de handrem erop. Alsof het feestje nog verstoord zou kunnen worden.

zaterdag, juli 10, 2010

Het hoofd, het hart en de wolken


Sinds afgelopen dinsdag woedt er bij mij een innerlijke strijd. Nu Nederland morgen de finale speelt tegen Spanje op het WK voetbal ben ik daar behoorlijk mee bezig. Terwijl het om sport gaat en er veel belangrijker zaken in het leven zijn. Wat zijn daar dan de redenen voor. Een poging om dit te ontrafelen.

Ten eerste is er de luxe om je hier druk over te maken. Zoals de Tour zich in de maand juli afspeelt en het een onderdeel van het ultieme vakantiegevoel is. Zo'n WK tijdens de komkommertijd heeft alle ruimte. Op het werk is het allemaal wat relaxter en de warme weken hier, met BBQ en bier maken ons sowieso losser.

En dan: we willen zo graag. De Nederlandse volksaard is dat we overal over klagen, maar uiteindelijk vinden we het allemaal wel fijn hier en moeten ze niet aan 'ons' komen. Zoals met je ouders: je hebt er wel kritiek, maar als anderen dat hebben spring je direct op de bres. Het voetbalelftal is de exponent van die verholen trots. Net als Sven Kramer, Ireen Wüst of Mark Tuitert massaal op ons enthousiasme kunnen rekenen. De volleyballers in 1996, Boogerd op weg naar La Plagne; het is niet alleen voetbal waar we de oranje bril voor opzetten. Zoals velen -zoals mijzelf- uiteindelijk ook wel het -op zich volstrekt zinloze- koningshuis een warm hart toedragen.

Maar het is niet alleen een collectief sentiment dat speelt bij mij. Ik ben toch echt met de prestatie op zich bezig. Het WK is het hoogst haalbare in het voetbal, zoals de Tour in het wielrennen en bij veel sporten de Olympische spelen. De extreem moeilijke opgave om de beste te worden maakt de beleving als dat dan ook lukt erg groot. Na een aantal jaren zelf een team te hebben gecoacht (op een heel ander niveau, maar toch) dat goed presteerde op belangrijke momenten, is mijn waardering voor Bert van Marwijk zeer groot. Het gaat op dit niveau om winnen en de manier waarop is eigenlijk ondergeschikt. En een oude wet is: zolang er gewonnen wordt is de sfeer goed. Ik vind de spelvreugde en teamgeest in dit Oranje zeer duidelijk aanwezig. Dat is mooi om te zien. Maar ook bij 'ons' geldt dat winnen als doping werkt. Het is de verdienste van Bert en zijn staf dat hij de condities heeft geschapen waarin het maximale resultaat gehaald kan worden.

Dinsdag werd aan de spelers gevraagd of het WK al geslaagd was. Een volstrekt overbodige vraag. Het WK is niet geslaagd, het WK is aan de gang. Na elke winstpartij is er even een plateautje waar je op kunt uitrusten, maar de weg gaat verder. Focus heet dat, maar is inmiddels als begrip beladen. Pas als je boven bent maak je de balans op. En dat kan uiteindelijk ertoe leiden dat een ander beter was. Zo fiets ik mijn cols en beleef ik deze dagen. En -wellicht projectie- zo doet Oranje dat ook. Tot morgen pakweg 23 uur ben je niet bezig met de uitkomst maar met het proces, dat een optimaal resultaat moet opleveren. Relativeren helpt niet. En dat je niet alles in de hand hebt hoort daar ook bij. Zoals ik ook geen invloed heb op de spelers en hun benadering. En toch denk ik dat mijn focus hun focus versterkt. Onzin, maar ook hier: relativeren is niet aan de orde.

Kortom: zo'n WK raakt velen aan wezenlijke zaken die hij of zij herkent. En daardoor gaat het hart met het hoofd aan de haal en loop ik nog zeker 48 met het hoofd in de wolken.

vrijdag, juli 09, 2010

De bal op de bebloede paal


Die ochtend, op de 25e juni 1978, had ik mijn H. Vormsel ontvangen. In de H. Christus Koningkerk in het Kleiwegkwartier van de Maasstad, vlak bij mijn geboortegrond. Als je opgroeit in een degelijk Rooms nest is dat logisch. Mijn vader lag met een gebroken knie al enkele weken op bed in de woonkamer en had het WK voetbal in Argentinië van A tot Z kunnen volgen. Bij het ontvangen van vormsel was hij niet aanwezig waardoor mijn moeder en mijn peettante mij begeleidden. Heel modern: twee vrouwen die een kind begeleidden. De vicaris (hulpbisschop) die de ceremonie verzorgde sloot de plechtigheid af met een welgemeend 'veel plezier vanavond'.

En we gingen daarmee over tot de orde van de dag. Die avond zou Nederland tegen Argentinië de WK-finale spelen. Net als vier jaar daarvoor. In 1974 was ik nog maar zeven jaar en zijn de herinneringen gefragementeerd, al is dat juichen van Der Bomber na die fatale 2-1 me altijd bijgebleven. Vier jaar later, als zesdeklaser op weg naar de middelbare school beleefde ik het veel intenser. Ik voetbalde inmiddels zelf en had dezelfde beleving en feitenkennis als mijn zoon, die nu dezelfde leeftijd heeft als ik destijds toen Nederland in 1978 de finale haalde. De wedstrijden in de voorronden waren afzichtelijk (op doelsaldo door naar de tweede fase), maar de 5-1 tegen Oostenrijk en een zwaarbevochten 2-2 tegen West-Duitsland openden de poorten naar de finale. De wedstrijd tegen Italië werd, na een 0-1 achterstand bij rust, met 2-1 gewonnen, een scoreverloop dat dat WK in veel wedstrijden voorkwam.

De sfeer in de finale was grimmig. Er hing een luchtje aan dat WK vanwege de militaire junta die daar de lakens uitdeelde, maar de sport stond voor mij toch voorop. Dat er in Argentinië fors bloed aan de paal zat besefte ik me pas veel later. Het gedoe met de bandage van René vd Kerkhof, de snippers op het veld en de herrie door de vuvuzela's-avant-la-lettre, staan mij nog heel helder bij. Nederland was een team zonder uitblinkers, maar een hecht collectief bestaande uit vooral PSV-ers. Anders dan dit jaar geen team met een Sneijder, Robben of een -ondanks alles- Van Persie. Meer Kuijtjes en Van Bommel-types. Goed: één uitzondering: Rob Rensenbrink. Die stak er wel bovenuit.

De wedstrijd eindigde in 1-1 in de reguliere speeltijd. De 'bal op de paal' van diezelfde Rensenbrink blijft hier hangen. Alsof we een millimeter van het kampioenschap verwijderd waren. Toch is hier sprake van mythevorming. Die bal was geen echte kans, maar een toevalsschot. Dat bijna nog erin was gegaan. De afloop is bekend; de druk werd te groot en de 3-1 nederlaag een feit. De Argentijnen die het verrassende Peru hadden omgekocht zullen ongetwijfeld gedrogeerd zijn geweest, maar achteraf is het ook maar beter voor het land geweest dat ze de titel haalden.

Zondag gaan we voor een nieuwe kans. Dit Oranje heeft de potentiële klasse van de '74-ploeg en de hechtheid/focus van de '78-ploeg. Wie weet is dat de ideale combinatie. De beste wedstrijd moet nog komen. Of het nu Duitsland was geweest of zoals nu Spanje is geworden; het maakt allemaal niks uit: finales staan op zich.

zaterdag, mei 08, 2010

Voor haar



Gisteren namen we afscheid van haar. Ooit mijn grote liefde en echtgenote, moeder van mijn kinderen en later een geweldige co-ouder en dappere vriendin. De strijd tegen haar ziekte heeft zij op indrukwekkende wijze gestreden. We zullen haar verschrikkelijk missen.

Gisteren werd in de herdenkingsdienst het prachtige 'No Frontiers' gespeeld. In de uitvoering van Mary Black. Kippenvel. Een prachtige tekst, maar ook een mooie herinnering. We bezochten ooit in 1998 een theaterprogramma van Lenette van Dongen waarin zij dit zong. Het is de hele dag in mijn hoofd gebleven. In datzelfde programma zong Lennette een ander schitterend nummer (Mwana wa mama) van Khadja Nin, een zangeres uit Burundi. Ik herbeleef het gelukkige moment en draag het op aan haar.

We mwana wa mama
Tunapata haya
Mbele ya mbele
Ya wandugu
Welie tume tu biya
Dju tume ru die
Ku-u wana tema wandugu

Tabubu lee utam waambiya ni nee
Damu ya wakumwe wangabulee

Watsja lieyaa usi waa tsjee vielee
Uwambiyee yee? Wambiyee intsji nieya sie
Yee wo-otu

Munguaguidjaliya
Mbele ya duniya tutapata namna wandu gu
Ata uki umiya djaribu teena dju fitiena
Haysayidi jee


Kind van mijn moeder
We voelen schaamte
Tegenover de wereld
We maakten grote fouten
We begonnen elkaar te doden
Wat kan Tabu vertellen?

Het is haar eigen bloed dat je vergoot
Huil niet meer
Laat het niet gebeuren
Vertel hun dat dit land
Aan ieder van ons toebehoort

Wanneer het Gods wil is
Tegenover de wereld
We zullen een uitweg vinden
Ook als je pijn hebt
Probeer opnieuw
Want haat leidt nergens heen
Wat kan Tabu vertellen?

Het is haar eigen bloed dat je vergoot

vrijdag, maart 05, 2010

WisselKant

Twee gebeurtenissen in de afgelopen week gaven aan hoe creatief en humoristisch 'we' met zijn allen zijn. We hebben nu ook nog eens Twitter om dat te kunnen uiten. De wisselfout van Sven Kramer en het aftreden van Agnes Kant waren goed voor honderden woordgrapjes, humoristische verwijzingen en spot (in milde vorm tot ronduit beledigend). Zelf heb ik me ook niet onbetuigd gelaten, vooral rond Sven Kramer. Wetende dat het niet persoonlijk bedoeld is, maar de gehele kontekst geraakt wordt, kan ik dat ook rechtvaardigen.

En toch: als je een teleurstelling krijgt te verwerken en men grapt daar zo massaal over, vind ik dat je niet kunt volstaan met een 'moet je maar tegenkunnen'. Natuurlijk: in de spotlights staan heeft zo zijn consequenties. In positieve zin zoals roem, waardering, invloed en een riant inkomen (vooral voor Sven; Agnes moet de helft afdragen aan de partijkas). Maar ook negatief. Vooral voor Agnes Kant geldt dat. Zelf vnd ik haar optreden in het algemeen overeenkomen met dat van een gefrusteerde, humorloze stresskip. Presentatie ging ten koste van de inhoud. Maar alle focus, juist op die presentatie mondde uit in een selfulling prophecy. Er werd op de vrouw gespeeld en de verkramping nam toe. Agnes werd gevangene van haar eigen beeldvorming en kon niet meer ontsnappen. Er was zelfs niet tegenop te twitteren. 'Niet geschikt voor het vak' zegt de nuchterling. Zeker, maar het vak vereist dus dat gedreven, betrokken mensen overal maar tegen moeten kunnen.

Wat dat betreft kan Agnes veel van Sven leren. Die wist zich uit de slachtofferrol te manouvreren, met een geweldige reactie op de missers (ook de teamachtervolging werd een sof). Door zijn teleurstelling te delen,en zijn verlies tegelijk te relativeren en te benoemen en vooruit te kijken bleef hij niet hangen in zijn gelijk of teleurstelling. Het klink wat pathetisch, maar hij werd daar voor mij eigenlijk een groter sportman dan wanneer hij driemaal goud had verworven. En die andere medailles komen ook nog wel. Voor Agnes zal het muntje ook wel de goede Kant op vallen :-)

maandag, november 30, 2009

Mensen van staal


Sjaak en zijn racefiets. Dat is iets speciaals. In 2002 was mijn echtscheiding een feit en in de boedelscheiding was heel nadrukkelijk een post vrijgehouden om van een snel vrijkomend spaarbedrag een racefiets te kopen. Mijn ex, zelf een aardig fietster, gunde mij dat. Begin 2003 was het zover en de aanschaf van de Gios stond ook zo'n beetje symbool voor mijn eigen wederopbouw. Ik weet nog goed dat ik de eerste tochtjes in Zuid-Limburg maakte in een heerlijk zonnetje, bij temperaturen die eerder bij mei dan bij februari -wat het toen toch echt was- hoorden. Een jaar later had ik het frame al weer ingeruild, want de fiets bleek snel te roesten en ik had al een keer een flinke schuiver gemaakt toen ik over een kat heenreed (die sprong pardoes voor mijn wiel). Daarna ging het verval minder snel, maar elk tikje, elke botsing bij het vervoeren of als een ander zijn fiets tegen de mijne plantte, was een lakschade. Herstellen was niet goed mogelijk en langzaam maar zeker verloederde het frame (zie foto). Fietsen ging wel goed, maar het oogde steeds minder fraai en omdat alles in de wereld psychologisch is nam de goesting om te fietsen steeds meer af. Sterker nog: als ik die fiets zag hangen begon ik me er steeds meer voor te schamen en werd er zelfs onrustig van.

Al een paar jaar speelde ik met de gedachte van overspuiten. Heel gebruikelijk, maar niet goedkoop (al gauw 300 euro en dan moet je nog de fiets eerst afmonteren en dan weer opbouwen). Deze dubbele drempel weerhield me van actie. Maar vorige week was ik het zat. Met de VdH had ik het al over de centen gehad ('we hebben toch allebei zakgeld') en nu moest het er maar van komen. Vorige week belde ik het bedrijfje in het Westland dat me door een kennis was aangeraden. Goede recenties en 'mijn' merk deden ze ook. Het gesprek begon goed; 'volgende maand is er een aanbieding en is het all-inn (dus inclusief het frame leeghalen en weer opbouwen) zo'n 150 euro goedkoper. we spreken het wel onder die condities af want anders houd ik je voor de gek'. Kijk, daar houdt Sjaak nu van. Deze maandag zou ik 'm brengen en daar nam ik graag een paar uur verlof voor op.

En rijden naar het Westland. Als het goed voelt speelt afstand geen rol. Sommigen overbruggen een paar keer per maand de afstand Brabant-Beieren voor de liefde. Voor je fiets rijd je zonder morren naar een industrieterrein in 's-Gravenzande. Net als ik onlangs 400 km onlangs in de auto zat om wat Pyreneeëncols te rijden. Voor wat een make-over van mijn raceijzer moet gaan worden.

De ontvangst was no-nonsense doch vriendelijk. Het werk ging door maar afwisselend werd ik door het echtpaar Sandra en Brady geholpen. Citaten als 'We doen het liefste staal, dat is het minste gedoe' en 'met zo'n frame gaat het niet goed met de moraal' braken het ijs meteen. Liefhebbers die een eer erin stellen die fietsen zo mooi mogelijk te maken. We namen vervolgens rustig de details van de aanstaande metamorfose door. Ik kreeg een korte uitleg van het proces en mocht voelen aan het zand waarmee de fiets gestraald wordt. De komende weken wachten we rustig af wat het oplevert, maar het voelt goed. Boordevol moraal reed ik naar huis.

vrijdag, november 27, 2009

Maarten magistraal


Wat een luxe. Twee keer dit jaar naar Maarten Roozendaal. Dik een half jaar geleden was het onvergetelijk in Den Bosch. In de nazit gaf Maarten van Roozendaal al aan dat hij snel een tournee met een band zou maken. Woensdag was het voor ons zover. We wachtten niet tot hij naar onze Domstad kwam maar we reisden naar het dynamische Gouda. De zaal was verrassend groot en we zaten mooi vooraan. Wat direct opviel: wat een 'oud' publiek. We waren toch echt bij de jongeren die daar kwamen en het vermoeden dat dit een concert in een serie was werd versterkt. En dat publiek werd getrakteerd op een stevige band, die als een geöliede machine speelde. Maar niet in routine verviel. Daar zorgde Maarten wel voor, hoewel hij niet echt contact met het publiek zocht. De messcherpe, bijtende kleinkunstenaar die we in Den Bosch zagen toonde zijn veelzijdigheid en overtuigde als rocker. Muziek waar je niet stil bij kon blijven zitten en zo'n keurige zaal is dan niet de setting voor zo'n concert. Net zoals we vorig jaar bij Tommy in Cool hadden.

Dat was het enige minpuntje. Alhoewel: het schitterende, emotionele 'Jij blijft bij mij' beleefde een uitvoering die mij net iets te glad was. Het deed me denken aan de verbouwing van het nummer 'Don't stand so close to me' van the Police. Voor de pauze speelde hij voor mij vooral onbekende nummers, maar na de pauze was het veel bekend werk, veel van Het Wilde Westen. Een heerlijk nummer was Marlon waarin een vroegoud jongetje wordt gezongen en de semi-rap Goon zou zomaar in de hitlijsten kunnen komen. Voor de toegift kwam het bijtende Red mij niet en daar was het nieuwe jasje bijzonder passend.

Geen nazit dit keer met de zanger. Goon tevreden naar huis.