Een geweldige avond met Steven Wilson
Voor mij is dat album juist een kennismaking geweest met deze muzikant. Toevallig hoorde ik in de auto, op nota bene Radio 1, het nummer 'Nowhere Now' en het lukte me zowaar om de naam te onthouden. Spotify en YouTube doen dan de rest. Na een paar keer goed luisteren was ik aangehaakt en boekte ik een ticket voor zijn concert van 7 maart in de AFAS. 'An evening with Steven Wilson'. Daarmee behoorde ik tot de 'nieuwe toetreders' die óók door hem werden welkom geheten.
Het was jaren geleden dat ik naar een popconcert was geweest, maar mijn rentree was al eerder. In december vorig jaar met mijn dochter naar Rondé in TivoliVredenburg. Daar stond ik zelfs weer te springen tussen het publiek. Dit keer ging ik solo en dar had ik ook nog nooit gedaan. Zelfs als je 51 jaar bent zijn er nog genoeg 'eerste keren dus' .
Het werd een geslaagde avond. Door de setlist een beetje te verkennen wist ik wel wat er ging komen en vooral: ik herkende de nummers. Dat helpt voor mij. Net als de oordoppen die ik had ingedaan. De opening was -hoe symbolisch- Nowhere Now. Daarna het prachtige Pariah waar de zang van Ninet Tayeb werd ondersteund door een projectie van haar op een doorzichtig gordijn voor het podium.
Daarna wat ouder werk met als hoogtepunt voor de pauze het epische Ancesteral, een staalkaart van Wilson's werk. Lange uitgesponnen nummers, met dromerige melodieën die aan Pink Floyd, maar ook wel minimal music doen denken. Het zou mij niet verbazen als Steve Wilson ook regelmatig Bach opzet. En dan weer snoeiharde gitaren ondersteund door stevige bas- en drumwerk.
Na de pauze nog meer ouder materiaal, maar dus ook het bij uitzondering 'not depressing' nummer Permanating, dat een eerbetoon aan ABBA is. Ik heb er ongegeneerd op staan dansen, de afkeer van de harde fans van het eerste uur achter me negerend. Die daarna weer op hun wenken werden bedien met nummers als Heartattack in a Layby en Vermillioncore. Ik herken het wel van vroeger: toen de Simple Minds hun werelddoorbraak beleefden met Don't you [Forget About me] was ik ook niet blij.
Even later weer een eerbetoon aan muzikanten als Bowie en Prince die in de jaren '70 en '80 de popmuziek veranderen en toch ook 'mainstream' konden blijven. Dat was vandaag de dag niet meer mogelijk volgens hem. Ik weet niet of dat zo is, ook de muziek zelf verandert. Mijn kinderen vinden dit niks en ik vind veel van de huidige muziek maar zo-zo. En als je naar iemand als Pharell Williams kijkt: die zet toch echt wel zijn afdruk in de muziekgeschiedenis en is tegelijk mainstream.
In elk geval verklaart zijn bewondering voor Prince het gebruik van de kopstem van Wilson in nummers als Permanating en The Same Asylum as Before. En die bewondering bleek al eerder in deze heerlijke solo uitvoering van Sign o'the Times. De uitvoering van zijn eigen Detonation was subliem, met jazzy solo's aan het eind. Sowieso gaf Steve Wilson heel veel ruimte aan zijn bandleden. Die zichtbaar plezier hadden in het spelen. Het maakte allemaal een doordachte en uitgebalanceerde indruk.
En dat was wat het concert was: in balans. Uitstekende band, goede muziek, mooie projecties, goede zang, sympathieke sfeer. Maar euforisch werd het niet. Logisch: ik had zo'n beetje de gemiddelde leeftijd, dan is het allemaal wat bedaarder. En dan was dit zelfs nog een van de eerste concerten waar het publiek stond. Daarvoor hadden ze in zalen met stoelen gespeeld. Dat had ik niet getrokken hoor. Hier móet je staan. Ook al was het slecht voor mijn marathonbenen.
De finale was sterk. Met Even Less haalde hij een oud nummer uit de kast, waarvan hij zonder valse bescheidenheid zei dat het best een goed nummer was. De finale was met The Raven That Refused To Sing (met bijhorende clip) majestueus, net vóór de rand van sentimenteel.
Blij en tevreden stapte ik weer in de trein naar huis. We hadden een avond vol deprimerende muziek gekregen, zoals Steven Wilson als met de nodige zelfspot aankondigde. Maar wel van hoge kwaliteit en passend bij iemand die -net als ik- opgroeide in de jaren '80. Een geweldige avond met Steve Wilson dus.















